ECLI:NL:RBZWB:2025:7687 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 10-11-2025 / BRE 24/5706 t/m 24/5709, 25/5641 en 25/5642
8:54; De bezwaren van belanghebbende zijn ingetrokken. De bezwaren zijn daarom terecht niet-ontvankelijk verklaard.
4 min de lecture · 722 mots
Inhoudsindicatie. 8:54; De bezwaren van belanghebbende zijn ingetrokken. De bezwaren zijn daarom terecht niet-ontvankelijk verklaard.
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Belastingrecht
zaaknummers: BRE 24/5706 t/m 24/5709, 25/5641 en 25/5642
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 november 2025 in de zaak tussen
[belanghebbende] , uit [plaats] ( [land] ), belanghebbende
en
de inspecteur van de Belastingdienst .
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over de beroepen van belanghebbende tegen de bestreden uitspraken op bezwaar van de inspecteur van 11 juni 2024. De beroepen zien op de aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) over de jaren 2014, 2015, 2016 en 2018 met aanslagnummers [aanslagnummer 1] , [aanslagnummer 2] , [aanslagnummer 3] en [aanslagnummer 4] en de aanslagen inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet (Zvw) over de jaren 2015 en 2016 met aanslagnummers [aanslagnummer 5] en [aanslagnummer 6] .
Omdat de beroepen kennelijk ongegrond zijn, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
Beoordeling door de rechtbank
2. De inspecteur heeft de bezwaren van belanghebbende niet-ontvankelijk verklaard, omdat belanghebbende eerder bezwaar heeft gemaakt tegen de aanslagen en deze bezwaren heeft ingetrokken op 15 december 2020 en 7 juli 2021.
Belanghebbende betwist dat de eerdere bezwaren zijn ingetrokken. Hij voert aan dat zijn toenmalig gemachtigde de intrekking van de bezwaren ontkent. Belanghebbende wijst op een e-mail van de inspecteur van 26 mei 2021, waarin wordt aangegeven dat de bezwaren nog openstonden.
De rechtbank constateert dat de bezwaarschriften zijn ingediend door de toenmalig gemachtigde van belanghebbende, de heer [persoon] . Belanghebbende erkent dat de heer [persoon] hem bijstond bij zijn belastingzaken. De inspecteur heeft een e-mail van de heer [persoon] overgelegd van 7 juli 2021 waarin de bezwaren over de aanslagen IB/PVV en Zvw 2014, 2015 en 2016 worden ingetrokken en een e-mail overgelegd van 15 december 2020 waarin de bezwaren over de aanslagen IB/PVV en Zvw 2018 worden ingetrokken. Deze e-mails zijn ook niet voor meerdere uitleg vatbaar.
In artikel 6:21, eerste lid, Awb is bepaald dat het bezwaar of beroep schriftelijk kan worden ingetrokken. De intrekking van een ingediend bezwaarschrift is een rechtshandeling met een definitief en onherroepelijk karakter. Dit betekent dat op een dergelijke bevoegd gedane intrekking als regel niet kan worden teruggekomen. Dat is alleen anders als sprake is van niet aan belanghebbende toe te rekenen omstandigheden, zoals een situatie van dwaling, dwang of bedrog. De rechtbank zal dus moeten beoordelen of het bezwaar (bevoegd) is ingetrokken en, zo ja, of sprake is van omstandigheden die de intrekking ongedaan kunnen maken.
De rechtbank is van oordeel dat de bezwaren van belanghebbende, gelet op de onder 2.2 genoemde e-mails, zijn ingetrokken. Bij dat oordeel neemt de rechtbank in aanmerking dat de bezwaren zijn ingetrokken door de indiener van de bezwaarschriften, te weten de heer [persoon] . Belanghebbende betwist de vertegenwoordigingsbevoegdheid van de heer [persoon] niet. De e-mail van 26 mei 2021 waar belanghebbende naar verwijst, gaat over de jaren 2014, 2015 en 2016 en dateert van voor de intrekking van de bezwaren. Gelet op vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat de bezwaren (onherroepelijk) zijn ingetrokken. Bijzondere niet aan belanghebbende toe te rekenen omstandigheden zijn door belanghebbende niet gesteld.
Conclusie en gevolgen
3. De bezwaren zijn daarom terecht niet-ontvankelijk verklaard. De beroepen zijn ongegrond. Dat betekent dat de bestreden besluiten in stand blijven. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. S.J. Willems-Ruesink, rechter, in aanwezigheid van
mr. W. Dekkers, griffier, op 10 november 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op http://www.rechtspraak.nl.
De griffier, De rechter,
De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.
Voetnoten
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 29 april 2015, ECLI:NL:GHARL:2015:3020.
Sources officielles : consulter la page source
Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741
Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8963 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6742
Dublin, plakvovo, vovo afgewezen.
Pays-Bas
College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796
Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...