ECLI:NL:RBZWB:2025:8854 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 05-11-2025 / C/02/441453 / FA RK 25-5613
Beschikking betreffende een voortzetting van een inbewaringstelling. Bij betrokkene is sprake van niet-aangeboren hersenletsel na zuurstoftekort vanwege verhanging. Het is gebleken dat het redelijk goed gaat met betrokkene op de afdeling. Ze is gebaat bij rust, structuur en regelmaat. Betrokkene geeft verbaal aan de afdeling te willen verlaten, maar is zich niet bewust van waar ze is en waar ze...
Calcul en cours · 0
Inhoudsindicatie. Beschikking betreffende een voortzetting van een inbewaringstelling. Bij betrokkene is sprake van niet-aangeboren hersenletsel na zuurstoftekort vanwege verhanging. Het is gebleken dat het redelijk goed gaat met betrokkene op de afdeling. Ze is gebaat bij rust, structuur en regelmaat. Betrokkene geeft verbaal aan de afdeling te willen verlaten, maar is zich niet bewust van waar ze is en waar ze naartoe wil. Preventief zijn veiligheidsmaatregelen, zoals gezichtsherkenning en een chip, ingezet zodat de deur dicht blijft. Een voortzetting van de inbewaringstelling is niet nodig, gelet op het gebrek aan fysiek verzet. Het zorgzwaartepakket zal ook alsnog worden afgegeven en de behandelaar voorziet geen problemen bij een beoordeling op grond van artikel 21 Wzd. De rechtbank wijst het verzoek af.
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/441453 / FA RK 25-5613
Datum uitspraak: 5 november 2025
Beschikking voortzetting inbewaringstelling
op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor
[betrokkene]
,
geboren op [geboortedag] 1982 in [geboorteplaats] , [land] ,
hierna te noemen: betrokkene,
wonende in [woonplaats] ,
thans verblijvende in [verpleeghuis] ,
advocaat: mr. W. van der Sande uit Goes.
1Het verloop van de procedure
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
– het verzoekschrift met bijlagen van 3 november 2025, binnengekomen bij de rechtbank op 3 november 2025.
De mondelinge behandeling met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 5 november 2025. Daarbij zijn gehoord:
betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
een verpleegkundig specialist (hierna: de behandelaar);
de echtgenoot van betrokkene (telefonisch).
Tevens was aanwezig, maar is niet gehoord:
– een verpleegkundige.
Betrokkene is in de gelegenheid gesteld haar mening te geven over het verzoek. Halverwege de mondelinge behandeling heeft betrokkene de ruimte verlaten.
2Wat vaststaat
Betrokkene verblijft met een inbewaringstelling in [verpleeghuis] . De burgemeester van de gemeente Goes heeft het besluit tot het verlenen van de inbewaringstelling op 31 oktober 2025 genomen.
3Het verzoek
Het CIZ verzoekt de rechtbank een machtiging tot voorzetting van de inbewaringstelling te verlenen voor de duur van zes weken.
4. De standpunten
Betrokkene vertelt dat het goed gaat met haar. Ze vindt het hier – in haar ogen in Turkije – fijn en de mensen zijn lief voor haar. Betrokkene geeft daarnaast aan dat ze hier is voor belangrijke besprekingen en een sollicitatiegesprek. Ze zou over twee dagen naar huis gaan. Betrokkene wil ook graag naar huis als dit afgelopen is.
De advocaat verklaart dat de gang van zaken te wensen over laat, met name richting de echtgenoot. De echtgenoot kreeg vrijdag ineens te horen dat betrokkene overgeplaatst was naar de huidige afdeling. Hij wist alleen dat betrokkene op de wachtlijst stond voor een revalidatietraject bij [zorginstelling 1] in Rotterdam. De huidige situatie is enorm verdrietig. Betrokkene zat niet op haar plek bij [zorginstelling 2] . De huidige setting lijkt beter voor betrokkene te zijn, aangezien ze nu liever en rustiger is. Betrokkene denkt dat ze aan het werk is op de huidige afdeling en helpt haar oudere medebewoners. De advocaat licht voorts toe dat betrokkene vrijwillig op de afdeling verblijft. De advocaat stelt zich daarom namens betrokkene op het standpunt dat het verzoek moet worden afgewezen. Een juridisch kader is niet nodig.
De behandelaar licht toe dat betrokkene voorheen opgenomen was bij [zorginstelling 2] , maar dat [zorginstelling 2] de behandeling niet kon voortzetten. Er is een zorgzwaartepakket aangevraagd op basis van niet-aangeboren hersenletsel (NAH). [zorginstelling 2] beschrijft dat er, gelet op het onderzoek en de observaties, bij betrokkene sprake is van NAH na zuurstoftekort wegens verhanging. Het gaat momenteel redelijk met betrokkene. Ze gaat mee met de structuur op de afdeling en slaapt goed. Betrokkene denkt dat ze aan het werk is en helpt met de verzorging van de ouderen. Hier heeft de welzijnscoach ook op ingezet. Vanochtend was er een agressie-incident richting de gedragscoach, maar dit heeft vermoedelijk te maken met de vele prikkels die er toen in de woning waren. Verder licht de behandelaar toe dat betrokkene aangeeft niet op de afdeling te willen zijn. Er is daarom preventief gezichtsherkenning en een chip ingezet, zodat de deur dicht blijft. Betrokkene is zich niet bewust van waar ze is. De behandelaar is van mening dat de huidige accommodatie geen passende plek is voor betrokkene, gelet op de veel oudere leeftijd van de medebewoners. Betrokkene staat daarom op de wachtlijst voor de [accommodatie] . Deze accommodatie heeft een afdeling die zich richt op jonge mensen met dementie. Binnen [zorginstelling 2] is voorts gesproken over een revalidatietraject in Rotterdam. Er zal de komende periode worden onderzocht wat de beste plek voor betrokkene zal zijn. Betrokkene heeft 24-uurs verzorging en verpleging nodig, hetgeen niet mogelijk is in de thuissituatie. Ook doet betrokkene nog steeds suïcidale uitingen en is ze niet verkeersveilig op straat. De behandelaar licht tot slot toe dat een voortzetting van de inbewaringstelling niet noodzakelijk is om betrokkene de noodzakelijke zorg te bieden. De accommodatie kan immers nog steeds de maatregelen nemen die nodig zijn voor de veiligheid, betrokkene kan op de huidige afdeling blijven en het zorgzwaartepakket hangt hier ook niet vanaf. De behandelaar verwacht daarbij ook geen problemen met de artikel 21 Wzd toetsing. Een juridisch dwangkader is daarom niet nodig.
De echtgenoot verklaart dat hij graag wil dat betrokkene in de weekenden naar huis komt. Dit ging immers voorheen ook altijd goed. Daarnaast licht de echtgenoot toe dat betrokkene in december een MRI krijgt, zodat kan worden bezien of er sprake is van hersenletsel. Tot slot geeft de echtgenoot aan dat betrokkene gisteren nog mee naar huis wilde.
5. De beoordeling
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat het redelijk goed gaat met betrokkene op de huidige afdeling. Ze heeft baat bij de rust, structuur en regelmaat. Ook denkt betrokkene dat ze aan het werk is, waardoor ze helpt met de verzorging van de ouderen. Er is binnen enkele dagen al een positief effect merkbaar. Daarnaast stelt de rechtbank vast dat betrokkene wel verbaal aangeeft de afdeling te willen verlaten, maar geen aanstalte maakt om daadwerkelijk weg te gaan. Volgens de behandelaar is betrokkene zich niet bewust van waar ze is en waar ze naartoe wil. Preventief zijn er wel veiligheidsmaatregelen, zoals gezichtsherkenning en een chip, ingezet zodat de deur dicht blijft. De behandelaar heeft tijdens de mondelinge behandeling aangegeven dat een voortzetting van de inbewaringstelling niet noodzakelijk is, gelet op het feit dat betrokkene zonder dwangkader op de huidige afdeling kan blijven en geen fysiek verzet vertoont. Voorts kan de huidige accommodatie ook zonder dwangkader veiligheidsmaatregelen nemen en betrokkene de zorg bieden die zij nodig heeft. Het zorgzwaartepakket zal immers alsnog worden afgegeven en de behandelaar voorziet geen problemen bij een beoordeling op grond van artikel 21 Wzd. Er zal de komende periode worden onderzocht wat de beste plek voor betrokkene zal zijn, aldus de behandelaar. De advocaat stelt zich op het standpunt dat het verzoek moet worden afgewezen, nu er geen sprake is van een onvrijwillige opname. De behandelaar kan zich hierin vinden. Gelet op het voorgaande oordeelt de rechtbank dat er geen sprake is van verzet. Het is immers niet gebleken dat betrokkene daadwerkelijk de afdeling kan en/of zal verlaten. Ook kan de accommodatie zonder dwangkader veiligheidsmaatregelen nemen om dit te voorkomen. Er kan niet worden voldaan aan de wettelijke voorwaarden voor een voortzetting van een inbewaringstelling. De rechtbank wijst daarom het verzoek af.
6De beslissing
De rechtbank:
wijst het verzoek af.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 5 november 2025 door mr. de Beer, rechter, in aanwezigheid van mr. Boomaars, griffier, en op schrift gesteld op 19 november 2025.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.
Sources officielles : consulter la page source
Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741
Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8963 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6742
Dublin, plakvovo, vovo afgewezen.
Pays-Bas
College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796
Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...