ECLI:NL:RVS:2019:3367 Raad van State , 08-10-2019 / 201901825/2/A3
[appellant] heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 22 januari 2019 in zaak nr. 18/1474. Het gaat om de afwijzing van een registratie van een Liberiaanse huwelijksakte in de Basisregistratie personen.
3 min de lecture · 557 mots
Inhoudsindicatie. [appellant] heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 22 januari 2019 in zaak nr. 18/1474. Het gaat om de afwijzing van een registratie van een Liberiaanse huwelijksakte in de Basisregistratie personen.
201901825/2/A3.
Datum beslissing: 8 oktober 2019
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Beslissing op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht in het hoger beroep van:
[appellant], wonend te [woonplaats],
tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 22 januari 2019 in zaak nr. 18/1474 in het geding tussen:
[appellant]
en
het college van burgemeester en wethouders van Utrecht.
Procesverloop
[appellant] heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 22 januari 2019 in zaak nr. 18/1474. Het gaat om de afwijzing van een registratie van een Liberiaanse huwelijksakte in de Basisregistratie personen.
Op 27 augustus 2019 is het hoger beroep van [appellant] op zitting behandeld. De Afdeling heeft besloten het onderzoek in die zaak te heropenen en op grond van artikel 8:45, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) nadere informatie op te vragen bij het Bureau Documenten van de Immigratie- en Naturalisatiedienst.
Het Bureau Documenten heeft een gedingstuk overgelegd en met verwijzing naar artikel 8:29 van de Awb medegedeeld dat uitsluitend de Afdeling hiervan kennis zal mogen nemen.
Het betreft de onderliggende informatie van de beoordeling van de Liberiaanse traditionele huwelijksakte, nummer AMLA-1411.
Overwegingen
1. Het Bureau Documenten heeft de Afdeling wegens het bestaan van gewichtige redenen verzocht te bepalen dat alleen de Afdeling van het stuk kennis zal nemen.
2. Gelet op artikel 8:29, derde lid, van de Awb beslist de Afdeling of de weigering dan wel beperking van de kennisneming van een stuk gerechtvaardigd is. Deze beslissing vergt een afweging van belangen. Enerzijds speelt hierbij het belang dat partijen gelijkelijk beschikken over de voor het hoger beroep relevante informatie en het belang dat de bestuursrechter beschikt over alle informatie die nodig is om de zaak op een juiste en zorgvuldige wijze af te doen. Daartegenover staat dat de kennisneming door partijen van bepaalde gegevens het algemeen belang, het belang van één of meer partijen en/of het belang van derden onevenredig kan schaden.
3. In het vertrouwelijk overgelegde stuk wordt door het Bureau Documenten uitgelegd hoe het bij de beoordeling van de door [appellant] overgelegde huwelijksakte te werk is gegaan en hoe het tot zijn conclusie is gekomen. Naar het oordeel van de Afdeling weegt het belang van de bescherming van de werkwijze van het Bureau Documenten zwaarder dan het belang van [appellant] bij kennisneming van het stuk. De Afdeling neemt hierbij in aanmerking dat kennisneming van informatie over methoden van onderzoek, technieken en bronmateriaal zou kunnen leiden tot verbetering of verandering van de vervalsing van documenten en daarmee een belemmering van de werkwijze van het Bureau Documenten.
4. De Afdeling acht daarom het verzoek tot beperkte kennisneming gerechtvaardigd.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek toe;
Aldus vastgesteld door mr. A.W.M. Bijloos, lid van de enkelvoudige geheimhoudingskamer, in tegenwoordigheid van mr. B. Ley-Nell, griffier.
w.g. Bijloos w.g. Ley-Nell
lid van de enkelvoudige geheimhoudingskamer griffier
Uitgesproken in het openbaar op 8 oktober 2019
Sources officielles : consulter la page source
Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741
Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8963 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6742
Dublin, plakvovo, vovo afgewezen.
Pays-Bas
College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796
Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...