Pays-Bas Raad van State Divers 18 décembre 2019 N° 201900655/1/A3 NL

ECLI:NL:RVS:2019:4257 Raad van State , 18-12-2019 / 201900655/1/A3

Bij besluit van 16 januari 2017 heeft de minister een verzoek van [appellant] op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (hierna: de Wob) om toezending van de integrale tekst van de Wet gemeenschappelijke regelingen (hierna: de Wgr), zoals deze luidde van 1985 tot 1999, en van de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving (hierna: de Richtlijnen) die op de jaarverslaggeving van het openbaar primai...

Source officielle

5 min de lecture 1 073 mots

Inhoudsindicatie. Bij besluit van 16 januari 2017 heeft de minister een verzoek van [appellant] op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (hierna: de Wob) om toezending van de integrale tekst van de Wet gemeenschappelijke regelingen (hierna: de Wgr), zoals deze luidde van 1985 tot 1999, en van de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving (hierna: de Richtlijnen) die op de jaarverslaggeving van het openbaar primair of voortgezet onderwijs van toepassing zijn of zijn geweest vanaf 2000 tot en met heden, afgewezen.

201900655/1/A3.

Datum uitspraak: 18 december 2019

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 12 december 2018 in zaak nr. 17/2665 in het geding tussen:

[appellant]

en

de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (lees: de minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media), voorheen: de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Procesverloop

Bij besluit van 16 januari 2017 heeft de minister een verzoek van [appellant] op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (hierna: de Wob) om toezending van de integrale tekst van de Wet gemeenschappelijke regelingen (hierna: de Wgr), zoals deze luidde van 1985 tot 1999, en van de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving (hierna: de Richtlijnen) die op de jaarverslaggeving van het openbaar primair of voortgezet onderwijs van toepassing zijn of zijn geweest vanaf 2000 tot en met heden, afgewezen.

Bij besluit van 16 juni 2017 heeft de minister het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 12 december 2018 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.

De minister heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 25 november 2019, waar [appellant], bijgestaan door [gemachtigde], en de minister, vertegenwoordigd door mr. D. Schreurs en mr. R.J. Oskam, zijn verschenen.

Overwegingen

Besluiten van de minister

1. De minister heeft zich in de besluiten van 16 januari 2017 en 16 juni 2017 op het standpunt gesteld dat zowel de Wgr als de Richtlijnen openbaar zijn. De Wgr is openbaar gemaakt door plaatsing in het Staatsblad. De Richtlijnen worden jaarlijks gepubliceerd door een uitgeverij. Ze zijn tegen betaling voor eenieder verkrijgbaar en zijn over het algemeen ook te raadplegen bij bibliotheken. Reeds openbare informatie kan niet door middel van een besluit op grond van de Wob opnieuw openbaar worden gemaakt, aldus de minister.

Aangevallen uitspraak

2. De rechtbank heeft overwogen dat de Wgr reeds openbaar is gemaakt door plaatsing in het Staatsblad. De minister kan de Wgr niet met een besluit op grond van de Wob opnieuw openbaar maken.

Verder heeft de rechtbank overwogen dat de minister zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat documenten met betrekking tot de Richtlijnen niet onder hem berusten. De Raad voor de Jaarverslaggeving is niet werkzaam onder verantwoordelijkheid van de minister. De Raad voor de Jaarverslaggeving hoeft zich immers niet te richten naar opdrachten of aanwijzingen van de minister. Er is dan ook geen verantwoordelijkheidsrelatie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wob.

Beoordeling van het hoger beroep

3. Het hoger beroep van [appellant] gaat alleen over de weigering om de Richtlijnen openbaar te maken. Het gaat in hoger beroep niet meer over de weigering om de Wgr openbaar te maken.

4. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte een motivering heeft gegeven die afwijkt van de motivering die de minister in zijn besluiten heeft gegeven. Verder betoogt hij dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat de Richtlijnen niet onder de minister berusten. Volgens hem berusten de Richtlijnen wel onder de minister, aangezien ambtenaren van het ministerie in elk geval op digitale wijze toegang hebben tot de Richtlijnen. Als de Richtlijnen niet onder de minister berusten, had de minister het Wob-verzoek moeten doorsturen naar een stichting voor openbaar onderwijs of een gemeenteraad die heeft besloten dat een openbare school in stand wordt gehouden door zo'n stichting, aldus [appellant]. Ook had de rechtbank volgens [appellant] een oordeel moeten geven over de vraag of de Richtlijnen verbindend zijn, in die zin dat onderwijsinstellingen verplicht zijn om zich daaraan te houden. Volgens hem had gebruik van de Richtlijnen alleen mogen worden verplicht indien de Richtlijnen vrij toegankelijk zijn, hetgeen nu niet het geval is.

4.1. Het klopt dat de in de aangevallen uitspraak opgenomen motivering niet in de besluiten van de minister staat. Dat leidt in dit geval echter niet tot vernietiging van de aangevallen uitspraak. De minister heeft zich in zijn besluiten namelijk terecht op het standpunt gesteld dat de Richtlijnen reeds openbaar zijn en daarom niet met toepassing van de Wob openbaar kunnen worden gemaakt. De Richtlijnen worden vastgesteld door de Raad voor de Jaarverslaggeving. Vervolgens worden ze gepubliceerd door een uitgeverij. Iedereen kan tegen betaling een papieren exemplaar van de Richtlijnen aanschaffen of toegang krijgen tot de digitale versie van de Richtlijnen. Ter zitting heeft de minister er voorts op gewezen dat de Richtlijnen bovendien door eenieder kunnen worden ingezien bij de Koninklijke Bibliotheek na aanschaf van een pas van € 15,00. De Richtlijnen zijn gelet op het voorgaande ook naar het oordeel van de Afdeling openbaar gemaakt en kunnen niet nogmaals openbaar gemaakt worden op grond van de Wob. De rechtbank heeft dan ook terecht, zij het op andere gronden, het beroep van [appellant] tegen het besluit van de minister van 16 juni 2017 ongegrond verklaard.

4.2. Gelet op het voorgaande is het niet nodig om in te gaan op de vraag of de Richtlijnen onder de minister berusten. Ook wordt niet toegekomen aan de vraag of het Wob-verzoek had moeten worden doorgestuurd. De vraag of de wettelijke bepaling waarin staat dat onderwijsinstellingen verplicht zijn om hun jaarverslaggeving overeenkomstig de Richtlijnen in te richten, verbindend is, valt buiten de omvang van dit geding.

5. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd met verbetering van de gronden waarop deze rust.

6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. C.J. Borman, voorzitter, en mr. J.Th. Drop en mr. H.J.M. Baldinger, leden, in tegenwoordigheid van mr. H. Herweijer, griffier.

w.g. Borman w.g. Herweijer

voorzitter griffier

Uitgesproken in het openbaar op 18 december 2019

640.


Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.

A propos de cette decision

Décisions similaires

Pays-Bas

Rechtbank Den Haag

Commercial NL

ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741

Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.

Pays-Bas

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Divers NL

ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796

Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...

Analyse stratégique offerte

Envoyez vos pièces. Recevez une stratégie.

Transmettez-nous les pièces de votre dossier. Maître Hassan KOHEN vous répond personnellement sous 24 heures avec une première analyse stratégique de votre situation.

  • Première analyse offerte et sans engagement
  • Réponse personnelle de l'avocat sous 24 heures
  • 100 % confidentiel, secret professionnel garanti
  • Jusqu'à 1 Go de pièces, dossiers et sous-dossiers acceptés

Cliquez ou glissez vos fichiers ici
Tous formats acceptes (PDF, Word, images, etc.)

Envoi en cours...

Vos donnees sont utilisees uniquement pour traiter votre demande. Politique de confidentialite.