ECLI:NL:RVS:2025:1414 Raad van State , 02-04-2025 / 202405387/1/V6

Bij besluit van 2 juni 2022 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een verzoek van [appellant] om ontheffing van de inburgeringsplicht afgewezen. Op basis van medische adviezen van Argonaut van 22 april 2022 en 10 oktober 2022 heeft de staatssecretaris zich op het standpunt gesteld dat [appellant] in staat is om binnen vijf jaar aan de inburgeringsplicht te voldoen. De staatssec...

Source officielle

3 min de lecture 598 mots

Inhoudsindicatie. Bij besluit van 2 juni 2022 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een verzoek van [appellant] om ontheffing van de inburgeringsplicht afgewezen. Op basis van medische adviezen van Argonaut van 22 april 2022 en 10 oktober 2022 heeft de staatssecretaris zich op het standpunt gesteld dat [appellant] in staat is om binnen vijf jaar aan de inburgeringsplicht te voldoen. De staatssecretaris heeft het verzoek van [appellant] om ontheffing van de inburgeringsplicht daarom afgewezen.

202405387/1/V6.

Datum uitspraak: 2 april 2025

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak als bedoeld in artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op het hoger beroep van:

[appellant], wonend in [woonplaats],

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 31 mei 2024 in zaak nr. 22/3859 in het geding tussen:

[appellant]

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.

Procesverloop

Bij besluit van 2 juni 2022 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een verzoek van [appellant] om ontheffing van de inburgeringsplicht afgewezen.

Bij besluit van 3 augustus 2022 heeft de minister het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 31 mei 2024 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft [appellant], vertegenwoordigd door mr. A. Šimičević, advocaat in Rotterdam, hoger beroep ingesteld.

De staatssecretaris heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

Geen van de partijen heeft binnen de gestelde termijn verklaard gebruik te willen maken van het recht ter zitting te worden gehoord, waarna de Afdeling het onderzoek met toepassing van artikel 8:57, derde lid, gelezen in verbinding met artikel 8:108, eerste lid, van de Awb heeft gesloten.

Overwegingen

Inleiding

1. Op basis van medische adviezen van Argonaut van 22 april 2022 en 10 oktober 2022 heeft de staatssecretaris zich op het standpunt gesteld dat [appellant] in staat is om binnen vijf jaar aan de inburgeringsplicht te voldoen. De staatssecretaris heeft het verzoek van [appellant] om ontheffing van de inburgeringsplicht daarom afgewezen.

1.1. Op dit geding is de Wet inburgering (hierna: de Wi) van toepassing zoals die wet luidde tot 1 januari 2022.

Gronden

2. Het medisch advies van Argonaut van 10 oktober 2022 is opgesteld in reactie op de gronden van beroep. De gronden die [appellant] in hoger beroep heeft aangevoerd, die gaan over dit tweede advies, zijn een herhaling van wat hij daartegen in beroep heeft aangevoerd. De rechtbank is gemotiveerd op die gronden ingegaan. [appellant] heeft geen redenen aangevoerd waarom de gemotiveerde beoordeling van die gronden in de aangevallen uitspraak onjuist of onvolledig zou zijn. De Afdeling kan zich vinden in het oordeel van de rechtbank en in de onder 3.2 tot en met 3.7 opgenomen overwegingen, waarop dat oordeel is gebaseerd. De Afdeling merkt hierbij op dat de rechtbank met juistheid heeft overwogen dat de onder 1 genoemde termijn van vijf jaar volgt uit artikel 6, eerste lid, van de Wi gelezen in samenhang met artikel 2.8, eerste en vierde lid, van het Besluit inburgering.

De gronden slagen niet.

Conclusie

3. Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. J.H. van Breda, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. N.R. van Ark, griffier.

w.g. Van Breda

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Van Ark

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 2 april 2025

861


Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.

A propos de cette decision

Décisions similaires

Pays-Bas

Rechtbank Den Haag

Commercial NL

ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741

Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.

Pays-Bas

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Divers NL

ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796

Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...

Analyse stratégique offerte

Envoyez vos pièces. Recevez une stratégie.

Transmettez-nous les pièces de votre dossier. Maître Hassan KOHEN vous répond personnellement sous 24 heures avec une première analyse stratégique de votre situation.

  • Première analyse offerte et sans engagement
  • Réponse personnelle de l'avocat sous 24 heures
  • 100 % confidentiel, secret professionnel garanti
  • Jusqu'à 1 Go de pièces, dossiers et sous-dossiers acceptés

Cliquez ou glissez vos fichiers ici
Tous formats acceptes (PDF, Word, images, etc.)

Envoi en cours...

Vos donnees sont utilisees uniquement pour traiter votre demande. Politique de confidentialite.