ECLI:NL:RVS:2025:1912 Raad van State , 30-04-2025 / 202501920/1/V2

Bij besluit van 15 januari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

Source officielle

3 min de lecture 475 mots

Inhoudsindicatie. Bij besluit van 15 januari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

202501920/1/V2.

Datum uitspraak: 30 april 2025

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

[appellant], mede namens haar minderjarige kinderen,

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 27 maart 2025 in zaak nr. NL25.2084 in het geding tussen:

appellant

en

de minister van Asiel en Migratie.

Procesverloop

Bij besluit van 15 januari 2025 heeft de minister een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

Bij uitspraak van 27 maart 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft appellant hoger beroep ingesteld.

Overwegingen

1. Wat appellant in het hogerberoepschrift heeft aangevoerd, voldoet niet aan de wet (artikel 85, eerste en tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000). Volgens de wet moet iemand die hoger beroep instelt, uitleggen op welk punt de uitspraak van de rechtbank niet juist is en waarom dat volgens hem zo is. Dat heeft appellant niet gedaan. De rechtbank heeft in de uitspraak uitgelegd waarom de minister wordt gevolgd in haar standpunt dat zij de asielaanvraag van appellant niet in behandeling hoeft te nemen, omdat Frankrijk daarvoor verantwoordelijk is. Daarbij heeft de rechtbank uitgelegd waarom de minister voor Frankrijk van het interstatelijk vertrouwensbeginsel mag uitgaan, en ervan mag uitgaan dat appellant en haar kinderen in Frankrijk dezelfde medische zorg kunnen krijgen als zij nu in Nederland hebben. De rechtbank heeft daarbij belang gehecht aan het feit dat appellant met haar kinderen slechts één dag in Frankrijk heeft verbleven zonder contact te hebben met de autoriteiten en daarom haar gestelde slechte ervaringen met de Franse autoriteiten niet aannemelijk heeft gemaakt. In hoger beroep benadrukt appellant dat Frankrijk volgens haar geen veilige omgeving voor haar kinderen is en dat haar zoon momenteel gespecialiseerde medische zorg krijgt in Nederland. Daarmee legt appellant niet uit waarom de uitspraak van de rechtbank volgens haar niet juist is. Omdat het hogerberoepschrift dus niet aan de eisen van de wet voldoet, kan de Afdeling geen inhoudelijk oordeel geven over het hoger beroep.

2. De Afdeling verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. H.G. Sevenster, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van L.W. Lagaaij LLM, griffier.

w.g. Sevenster

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Lagaaij

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 30 april 2025

936-1113


Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.

A propos de cette decision

Décisions similaires

Pays-Bas

Rechtbank Den Haag

Commercial NL

ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741

Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.

Pays-Bas

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Divers NL

ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796

Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...

Analyse stratégique offerte

Envoyez vos pièces. Recevez une stratégie.

Transmettez-nous les pièces de votre dossier. Maître Hassan KOHEN vous répond personnellement sous 24 heures avec une première analyse stratégique de votre situation.

  • Première analyse offerte et sans engagement
  • Réponse personnelle de l'avocat sous 24 heures
  • 100 % confidentiel, secret professionnel garanti
  • Jusqu'à 1 Go de pièces, dossiers et sous-dossiers acceptés

Cliquez ou glissez vos fichiers ici
Tous formats acceptes (PDF, Word, images, etc.)

Envoi en cours...

Vos donnees sont utilisees uniquement pour traiter votre demande. Politique de confidentialite.