ECLI:NL:RVS:2025:2058 Raad van State , 07-05-2025 / 202303050/1/A3

Bij brief gedateerd op 1 november 2021 hebben [appellant] en anderen bezwaar gemaakt tegen het carbidschieten in hun woonwijken op 31 december 2021. Bij brief gedateerd op 1 november 2021 hebben [appellant] en anderen bezwaar gemaakt tegen het carbidschieten dat volgens de algemene plaatselijke verordening op 31 december 2021 onder voorwaarden is toegestaan en mits daarvan melding bij het colle...

Source officielle

4 min de lecture 877 mots

Inhoudsindicatie. Bij brief gedateerd op 1 november 2021 hebben [appellant] en anderen bezwaar gemaakt tegen het carbidschieten in hun woonwijken op 31 december 2021. Bij brief gedateerd op 1 november 2021 hebben [appellant] en anderen bezwaar gemaakt tegen het carbidschieten dat volgens de algemene plaatselijke verordening op 31 december 2021 onder voorwaarden is toegestaan en mits daarvan melding bij het college wordt gedaan, omdat zij daarvan overlast ervaren. Met het besluit van 1 maart 2022 heeft het college het bezwaar van [appellant] en anderen kennelijk niet-ontvankelijk verklaard, omdat hun bezwaar is gericht tegen artikel 2:40 van de algemene plaatselijke verordening gemeente Emmen 2021. Dit is een algemeen verbindend voorschrift en daartegen kan volgens het college geen bezwaar worden gemaakt. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat het college het bezwaar op goede gronden niet-ontvankelijk heeft verklaard. Hij voert daartoe aan dat het meldingenstelsel van artikel 2:40 van de APV ervoor zorgt dat hem rechtsbescherming wordt ontzegd.

202303050/1/A3.

Datum uitspraak: 7 mei 2025

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant A], wonend in Emmen,

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-­Nederland van 31 maart 2023 in zaak nr. 21/3913 in het geding tussen:

[appellant], [partij A], [partij B], [partij C], allen wonend in Emmen, en [partij D], wonend in Zwartemeer, gemeente Emmen, (hierna gezamenlijk: [appellant] en anderen)

en

het college van burgemeester en wethouders van Emmen.

Procesverloop

Bij brief gedateerd op 1 november 2021 hebben [appellant] en anderen bezwaar gemaakt tegen het carbidschieten in hun woonwijken op 31 december 2021.

Bij besluit van 1 maart 2022 heeft college het door [appellant] en anderen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.

Bij uitspraak van 31 maart 2023 heeft de rechtbank het door [appellant] en anderen daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

Het college heeft nadere stukken ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 31 maart 2025, waar [appellant], vergezeld door [gemachtigde], en het college, vertegenwoordigd door mr. E.E. Grit, advocaat in Groningen, vergezeld door J.T. Oosterhoff, zijn verschenen.

Overwegingen

Inleiding

1. Bij brief gedateerd op 1 november 2021 hebben [appellant] en anderen bezwaar gemaakt tegen het carbidschieten dat volgens de algemene plaatselijke verordening op 31 december 2021 onder voorwaarden is toegestaan en mits daarvan melding bij het college wordt gedaan, omdat zij daarvan overlast ervaren.

Met het besluit van 1 maart 2022 heeft het college het bezwaar van [appellant] en anderen kennelijk niet-ontvankelijk verklaard, omdat hun bezwaar is gericht tegen artikel 2:40 van de algemene plaatselijke verordening gemeente Emmen 2021 (hierna: APV). Dit is een algemeen verbindend voorschrift en daartegen kan volgens het college geen bezwaar worden gemaakt.

2. De rechtbank heeft, voor zover in hoger beroep nog relevant, geoordeeld dat het college het bezwaar van [appellant] en anderen op goede gronden kennelijk niet-ontvankelijk heeft verklaard.

Hoger beroep

3. Tijdens de zitting van de Afdeling heeft [appellant] zijn hogerberoepsgrond over het oordeel van de rechtbank dat het college geen dwangsom is verbeurd voor het niet tijdig nemen van een besluit op bezwaar, ingetrokken.

4. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat het college het bezwaar op goede gronden niet-ontvankelijk heeft verklaard. Hij voert daartoe aan dat het meldingenstelsel van artikel 2:40 van de APV ervoor zorgt dat hem rechtsbescherming wordt ontzegd.

4.1. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat het college het bezwaar op goede gronden kennelijk niet-ontvankelijk heeft verklaard. Het bezwaar van [appellant] en anderen is gericht tegen het carbidschieten op 31 december 2021. Dit is geregeld in artikel 2:40 van de APV. Dit is een algemeen verbindend voorschrift.

Ingevolge artikel 7:1, eerste lid, in samenhang met artikel 8:3, eerste lid, aanhef en onder a, van de Awb, kan tegen algemeen verbindende voorschriften geen bezwaar worden gemaakt. Voor wat [appellant] beoogt te bereiken, namelijk dat de bestuursrechter de rechtmatigheid van artikel 2:40 van de APV toetst, is daarom geen ruimte. Daarnaast ligt er geen besluit voor dat op dat voorschrift is gebaseerd, zodat de APV ook daarom niet exceptief getoetst kan worden. De rechtbank is terecht tot dezelfde conclusie gekomen.

Voor zover [appellant] vreest dat hem rechtsbescherming is ontnomen in het geval de regels worden overtreden, omdat alleen een melding hoeft te worden gedaan, overweegt de Afdeling dat de in artikel 2:40 van de APV opgenomen algemene regels door het college moeten worden gehandhaafd en dat belanghebbenden bij overtreding van deze algemene regels een verzoek om handhaving daarvan kunnen indienen. Vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 17 juni 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:1884).

Het betoog slaagt niet.

5. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.

6. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. J.M. Willems, voorzitter, en mr. C.C.W. Lange en mr. J. Schipper-Spanninga, leden, in tegenwoordigheid van mr. G.A. van de Sluis, griffier.

w.g. Willems

voorzitter

w.g. Van de Sluis

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 7 mei 2025

802-1072


Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.

A propos de cette decision

Décisions similaires

Pays-Bas

Rechtbank Den Haag

Commercial NL

ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741

Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.

Pays-Bas

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Divers NL

ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796

Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...

Analyse stratégique offerte

Envoyez vos pièces. Recevez une stratégie.

Transmettez-nous les pièces de votre dossier. Maître Hassan KOHEN vous répond personnellement sous 24 heures avec une première analyse stratégique de votre situation.

  • Première analyse offerte et sans engagement
  • Réponse personnelle de l'avocat sous 24 heures
  • 100 % confidentiel, secret professionnel garanti
  • Jusqu'à 1 Go de pièces, dossiers et sous-dossiers acceptés

Cliquez ou glissez vos fichiers ici
Tous formats acceptes (PDF, Word, images, etc.)

Envoi en cours...

Vos donnees sont utilisees uniquement pour traiter votre demande. Politique de confidentialite.