ECLI:NL:RVS:2025:2181 Raad van State , 14-05-2025 / 202206844/1/A3

Bij besluit van 1 december 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Almere het bezwaar van [wederpartij] dat was gericht tegen de weigering om haar in te schrijven op het adres [locatie A] te Almere niet-ontvankelijk verklaard. Op 1 oktober 2020 heeft [wederpartij] het college verzocht haar in te schrijven op het adres [locatie A]. Op 2 oktober 2020 heeft het college [wederpart...

Source officielle

4 min de lecture 723 mots

Inhoudsindicatie. Bij besluit van 1 december 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Almere het bezwaar van [wederpartij] dat was gericht tegen de weigering om haar in te schrijven op het adres [locatie A] te Almere niet-ontvankelijk verklaard. Op 1 oktober 2020 heeft [wederpartij] het college verzocht haar in te schrijven op het adres [locatie A]. Op 2 oktober 2020 heeft het college [wederpartij] ingeschreven op het adres [locatie B], omdat het adres [locatie A] niet in de Basisadministratie Adressen en Gebouwen (de BAG) was opgenomen en dit adres daarom ook niet in de Basisregistratie Personen kon worden genoteerd als woonadres van [wederpartij]. In hoger beroep voert het college aan dat het aan de toezegging geen gevolg kan geven.

202206844/1/A3.

Datum uitspraak: 14 mei 2025

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

het college van burgemeester en wethouders van Almere,

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-­Nederland van 19 oktober 2022 in zaak nr. 21/205 in het geding tussen:

[wederpartij], wonend in Almere

en

het college.

Procesverloop

Bij besluit van 1 december 2020 heeft het college het bezwaar van [wederpartij] dat was gericht tegen de weigering om haar in te schrijven op het adres [locatie A] te Almere niet-ontvankelijk verklaard.

Bij uitspraak van 8 november 2021 is het beroep daartegen kennelijk ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 23 mei 2022 is het verzet daartegen gegrond verklaard.

Bij uitspraak van 19 oktober 2022 heeft de rechtbank, na intrekking van het beroep door [wederpartij], met toepassing van artikel 8:75a, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, het college veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.

Tegen deze uitspraak heeft het college hoger beroep ingesteld.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 10 april 2025. Het college en [wederpartij] zijn niet verschenen.

Overwegingen

1. Op 1 oktober 2020 heeft [wederpartij] het college verzocht haar in te schrijven op het adres [locatie A]. Op 2 oktober 2020 heeft het college [wederpartij] ingeschreven op het adres [locatie B], omdat het adres [locatie A] niet in de Basisadministratie Adressen en Gebouwen (de BAG) was opgenomen en dit adres daarom ook niet in de Basisregistratie Personen (de brp) kon worden genoteerd als woonadres van [wederpartij].

2. In de uitspraak van 19 oktober 2022 staat dat het college op de zitting heeft toegezegd dat [wederpartij] per 1 oktober 2020 in de brp zal worden ingeschreven op het adres [locatie A], dat inmiddels wel in de BAG is opgenomen. Naar aanleiding van die toezegging heeft [wederpartij] haar beroep tegen het besluit van 1 december 2020 ingetrokken. De rechtbank heeft het college veroordeeld in de proceskosten van [wederpartij].

3. In hoger beroep voert het college aan dat het aan de toezegging geen gevolg kan geven. Het adres [locatie A] is pas op 30 november 2021 in de BAG genoteerd. Het is technisch niet mogelijk om in de brp een inschrijfdatum op een adres te registreren van voor de inschrijfdatum van dat adres in de BAG.

4. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen hoeft de bestuursrechter een bij hem ingediend (hoger) beroep alleen te beoordelen als de indiener daarbij een actueel en reëel belang heeft. Daarbij geldt dat het doel dat de indiener voor ogen staat met het ingestelde rechtsmiddel moet kunnen worden bereikt en voor hem feitelijk van betekenis is (zie bijvoorbeeld de uitspraak van 28 mei 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1145). De Afdeling stelt vast dat het college met het hoger beroep het doel dat het college voor ogen staat niet kan bereiken. Het hoger beroep kan namelijk niet leiden tot een uitspraak waarin wordt geoordeeld dat het college zijn toezegging niet hoeft na te komen, nu de beslissing in de aangevallen uitspraak alleen gaat over de proceskostenveroordeling na intrekking van het beroep. De Afdeling zal het hoger beroep van het college daarom wegens een gebrek aan procesbelang niet-ontvankelijk verklaren.

Conclusie

5. Het hoger beroep is niet-ontvankelijk.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. W. den Ouden, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van L.R. Meeng, griffier.

w.g. Den Ouden

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Meeng

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 14 mei 2025

1153


Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.

A propos de cette decision

Décisions similaires

Pays-Bas

Rechtbank Den Haag

Commercial NL

ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741

Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.

Pays-Bas

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Divers NL

ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796

Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...

Analyse stratégique offerte

Envoyez vos pièces. Recevez une stratégie.

Transmettez-nous les pièces de votre dossier. Maître Hassan KOHEN vous répond personnellement sous 24 heures avec une première analyse stratégique de votre situation.

  • Première analyse offerte et sans engagement
  • Réponse personnelle de l'avocat sous 24 heures
  • 100 % confidentiel, secret professionnel garanti
  • Jusqu'à 1 Go de pièces, dossiers et sous-dossiers acceptés

Cliquez ou glissez vos fichiers ici
Tous formats acceptes (PDF, Word, images, etc.)

Envoi en cours...

Vos donnees sont utilisees uniquement pour traiter votre demande. Politique de confidentialite.