ECLI:NL:RVS:2025:2345 Raad van State , 18-05-2025 / 202502370/1/A3
Bij besluit van 6 maart 2025 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid stilleging van de werkzaamheden van Bincx bevolen voor de duur van een maand.
3 min de lecture · 567 mots
Inhoudsindicatie. Bij besluit van 6 maart 2025 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid stilleging van de werkzaamheden van Bincx bevolen voor de duur van een maand.
202502370/1/A3.
Datum uitspraak: 15 mei 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) op het hoger beroep van:
[appellante], gevestigd in Kootwijkerbroek,
appellante,
tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Gelderland van 18 april 2025 in zaak nr. 25/1213 in het geding tussen:
[appellante]
en
de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
Openbare zitting gehouden op 15 mei 2025 om 10:45 uur.
Tegenwoordig:
Staatsraad mr. J.Th. Drop, voorzitter
griffier: mr. A.G.L. Soetens
Verschenen:
[appellante], vertegenwoordigd door [gemachtigde], bijgestaan door mr. E. Koekoek en mr. J. van den Brink, advocaten in Barneveld;
De minister, vertegenwoordigd door mr. B.M. van der Kuil, vergezeld door R. Neef.
====================================
Bij besluit van 6 maart 2025 heeft de minister stilleging van de werkzaamheden van [appellante] bevolen voor de duur van een maand.
[appellante] heeft daartegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter van de rechtbank verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening.
Bij uitspraak van 18 april 2025 heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank dit verzoek afgewezen, omdat hij van oordeel is dat het bezwaar van [appellante] geen redelijke kans van slagen heeft.
Het hoger beroep richt zich tegen die uitspraak.
Beslissing:
De Afdeling
verklaart zich onbevoegd om van het hoger beroep kennis te nemen.
Gronden:
• De uitspraak van de voorzieningenrechter is een uitspraak in de zin van artikel 8:84 van de Awb.
• Op grond van artikel 8:104, tweede lid, aanhef en onder d, van de Awb, kan hiertegen geen hoger beroep worden ingesteld.
• Aan deze bepaling kan alleen voorbij worden gegaan als er sprake is van een zodanige schending van beginselen van goede procesorde, dan wel fundamentele rechtsbeginselen, dat moet worden geoordeeld dat er geen eerlijk proces heeft plaatsgevonden. Een schending van het beginsel van hoor en wederhoor kan leiden tot doorbreking van het zogenoemde appelverbod.
• De Afdeling ziet geen aanleiding om te oordelen dat, zoals [appellante] betoogt, sprake is van zo’n schending. [appellante] voert met name aan dat uit de uitspraak van de voorzieningenrechter niet blijkt van een volledige belangenafweging en het belang van het voortbestaan van haar bedrijf daarbij niet is betrokken. Dat is onvoldoende om van schending van het beginsel van hoor en wederhoor te spreken. Ook overigens is daarvoor geen reden.
• Uit de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank volgt dat de voorzieningenrechter heeft begrepen dat de financiële gevolgen van de stillegging zijn aangevoerd in het kader van de belangenafweging.
• De voorzieningenrechter heeft alle argumenten van [appellante] bezien en heeft zich daarbij in de uitspraak beperkt tot de kern van de door [appellante] naar voren gebrachte gronden. Daarbij is hij in overweging 7.3 van zijn uitspraak ook ingegaan op de financiële gevolgen.
• De argumenten die [appellante] verder aanvoert komen neer op een bestrijding van de waardering van de feiten en omstandigheden van de voorzieningenrechter. Dat is onvoldoende voor doorbreking van het appelverbod. Dat zou namelijk neerkomen op een verkapt hoger beroep, terwijl de wetgever dit juist uitdrukkelijk heeft willen uitsluiten.
• De proceskosten hoeven niet te worden vergoed.
w.g. Drop
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Soetens
griffier
Sources officielles : consulter la page source
Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741
Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8963 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6742
Dublin, plakvovo, vovo afgewezen.
Pays-Bas
College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796
Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...