ECLI:NL:RVS:2025:3966 Raad van State , 08-08-2025 / 202404449/1/A2
Bij besluit van 1 februari 2023 heeft de Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven een aanvraag van [appellant] om een uitkering uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven afgewezen. Het hiertegen door [appellant] gemaakte bezwaar heeft de CSG bij besluit van 3 juli 2023 ongegrond verklaard. Op 10 oktober 2022 heeft [appellant] een aanvraag gedaan om een uitkering uit het schadefonds. Hij heeft in zij...
3 min de lecture · 490 mots
Inhoudsindicatie. Bij besluit van 1 februari 2023 heeft de Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven een aanvraag van [appellant] om een uitkering uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven afgewezen. Het hiertegen door [appellant] gemaakte bezwaar heeft de CSG bij besluit van 3 juli 2023 ongegrond verklaard. Op 10 oktober 2022 heeft [appellant] een aanvraag gedaan om een uitkering uit het schadefonds. Hij heeft in zijn aanvraag vermeld dat hij door een auto is aangereden en daarbij lichamelijk en geestelijk letsel heeft opgelopen. Aan de afwijzing heeft de CSG ten grondslag gelegd dat niet aannemelijk is geworden dat [appellant] door een opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf lichamelijk of geestelijk letsel heeft bekomen, zoals bedoeld in artikel 3 van de Wet schadefonds geweldsmisdrijven.
202404449/1/A2.
Datum uitspraak: 8 augustus 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) op het hoger beroep van:
[appellant], wonend in [woonplaats],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 5 juni 2024 in zaak nr. 23/5019 in het geding tussen:
[appellant]
en
de Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven (hierna: de CSG).
Openbare zitting gehouden op 8 augustus 2025 om 11:30 uur.
Tegenwoordig:
Staatsraad mr. E.J. Daalder, lid van de enkelvoudige kamer;
mr. M.M. Engele, griffier.
Verschenen:
[appellant], vertegenwoordigd door mr. Y. Seyran, advocaat te Arnhem.
Bij besluit van 1 februari 2023 heeft de CSG een aanvraag van [appellant] om een uitkering uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven (hierna: het schadefonds) afgewezen. Het hiertegen door [appellant] gemaakte bezwaar heeft de CSG bij besluit van 3 juli 2023 ongegrond verklaard.
Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van de rechtbank, waarin het beroep van [appellant] tegen het besluit van 3 juli 2023 ongegrond is verklaard.
De Afdeling bevestigt de aangevallen uitspraak.
Gronden
1. Op 10 oktober 2022 heeft [appellant] een aanvraag gedaan om een uitkering uit het schadefonds. Hij heeft in zijn aanvraag vermeld dat hij door een auto is aangereden en daarbij lichamelijk en geestelijk letsel heeft opgelopen. Aan de afwijzing heeft de CSG ten grondslag gelegd dat niet aannemelijk is geworden dat [appellant] door een opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf lichamelijk of geestelijk letsel heeft bekomen, zoals bedoeld in artikel 3 van de Wet schadefonds geweldsmisdrijven.
2. Uit wat [appellant] in hoger beroep naar voren heeft gebracht, is niet gebleken dat het oordeel van de rechtbank onjuist is. De Afdeling kan zich vinden in het oordeel van de rechtbank en in de onder rechtsoverweging 7 van de aangevallen uitspraak opgenomen overwegingen, waarop dat oordeel is gebaseerd. Uit de stukken blijkt dat de bestuurder van de auto roekeloos en onaanvaardbaar rijgedrag heeft vertoond, maar [appellant] heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij slachtoffer is geworden van een opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf.
3. Het hoger beroep is ongegrond.
4. De CSG hoeft geen proceskosten te vergoeden.
w.g. Daalder
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Engele
griffier
1033
Sources officielles : consulter la page source
Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741
Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8963 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6742
Dublin, plakvovo, vovo afgewezen.
Pays-Bas
College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796
Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...