Pays-Bas Raad van State Divers 4 septembre 2025 N° 202504108/2/R3 NL

ECLI:NL:RVS:2025:4243 Raad van State , 04-09-2025 / 202504108/2/R3

Bij besluit van 8 augustus 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Losser het verzoek van [wederpartij] om handhavend op te treden tegen overtredingen die samenhangen met de gerealiseerde bedrijfshal aan de [locatie] in Losser afgewezen. [partij] exploiteert een bedrijf aan de [locatie] in Losser. Het college heeft aan hem op 3 april 2023 een omgevingsvergunning verleend voor ...

Source officielle

6 min de lecture 1 137 mots

Inhoudsindicatie. Bij besluit van 8 augustus 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Losser het verzoek van [wederpartij] om handhavend op te treden tegen overtredingen die samenhangen met de gerealiseerde bedrijfshal aan de [locatie] in Losser afgewezen. [partij] exploiteert een bedrijf aan de [locatie] in Losser. Het college heeft aan hem op 3 april 2023 een omgevingsvergunning verleend voor de bouw van een bedrijfshal. Op 2 mei 2023 heeft [wederpartij] het college verzocht handhavend op te treden, omdat niet is gebleken dat de stalen (hoofd)draagconstructie van de bedrijfshal conform het betreffende vergunningvoorschrift 30 minuten brandwerend is gecoat. Bij besluit van 20 februari 2024 heeft het college dit verzoek afgewezen. Volgens het college is voldoende aangetoond dat er aan het vergunningvoorschrift is voldaan. [wederpartij] is in beroep gegaan tegen dit besluit. De rechtbank heeft het beroep van [wederpartij] gegrond verklaard, het besluit van 20 februari 2024 vernietigd en het college opgedragen een nieuw besluit op bezwaar te nemen. Tegen deze uitspraak hebben het college en [partij] hoger beroep ingesteld.

202504108/2/R3.

Datum uitspraak: 4 september 2025

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), hangende het hoger beroep van onder andere:

het college van burgemeester en wethouders van Losser,

verzoeker,

tegen de uitspraak van de rechtbank Overijssel van 10 juni 2025 in zaak nr. 24/2319 in het geding tussen:

[wederpartij]

en

het college.

Procesverloop

Bij besluit van 8 augustus 2023 heeft het college het verzoek van [wederpartij] om handhavend op te treden tegen overtredingen die samenhangen met de gerealiseerde bedrijfshal aan de [locatie] in Losser afgewezen.

Bij besluit van 20 februari 2024 heeft het college het door [wederpartij] daartegen gemaakte bezwaar, voor zover dat ziet op de brandwerende constructie, ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 10 juni 2025 heeft de rechtbank het door [wederpartij] daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit van 20 februari 2024 vernietigd en het college opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak.

Tegen deze uitspraak hebben [partij A] en [partij B] (hierna tezamen en in enkelvoud: [partij]) en het college hoger beroep ingesteld.

Tevens heeft het college de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek op een zitting behandeld op 26 augustus 2025, waar het college, vertegenwoordigd door M. Lutke-Schipholt, bijgestaan door mr. M. van Moorsel, advocaat in Nijmegen, en [wederpartij], bijgestaan door mr. J.C. Vijfhuizen, zijn verschenen. Voorts is op de zitting [partij], bijgestaan door ing. M.H. Middelkamp, als partij gehoord.

Overwegingen

1. [partij] exploiteert een bedrijf aan de [locatie] in Losser. Het college heeft aan hem op 3 april 2023 een omgevingsvergunning verleend voor de bouw van een bedrijfshal. Op 2 mei 2023 heeft [wederpartij] het college verzocht handhavend op te treden, omdat niet is gebleken dat de stalen (hoofd)draagconstructie van de bedrijfshal conform het betreffende vergunningvoorschrift 30 minuten brandwerend is gecoat. Bij besluit van 20 februari 2024 heeft het college dit verzoek afgewezen. Volgens het college is voldoende aangetoond dat er aan het vergunningvoorschrift is voldaan. [wederpartij] is in beroep gegaan tegen dit besluit. De rechtbank heeft het beroep van [wederpartij] gegrond verklaard, het besluit van 20 februari 2024 vernietigd en het college opgedragen een nieuw besluit op bezwaar te nemen. Tegen deze uitspraak hebben het college en [partij] hoger beroep ingesteld. Het college heeft de voorzieningenrechter verzocht de voorlopige voorziening te treffen dat de uitspraak van de rechtbank wordt geschorst tot 6 weken nadat de Afdeling op het hoger beroep heeft beslist.

2. Het college stelt dat het een spoedeisend belang heeft, omdat de uitspraak van de rechtbank neerkomt op een verplichting tot het laten uitvoeren van fysiek destructief onderzoek op de stalen (hoofd)draagconstructie van de bedrijfshal. Volgens het college is er namelijk reeds uitputtend op andere wijze, door middel van niet-destructieve controles en aangeleverde documenten, aangetoond dat er geen reden is om aan te nemen dat er geen brandwerende coating is aangebracht. Een fysiek destructief onderzoek zal volgens het college leiden tot schade aan de stalen (hoofd)draagconstructie. Daarbij is een fysiek destructief onderzoek zeer kostbaar en staat niet op voorhand vast dat op grond daarvan een definitieve conclusie kan worden getrokken over de brandwerendheid.

2.1. Overweging 6.6 van de uitspraak van de rechtbank luidt: "De rechtbank concludeert dat de overgelegde documenten vooralsnog niet overtuigen. Dat leidt er wat de rechtbank betreft er toe dat de benodigde kennis op andere wijze moet worden verkregen, bijvoorbeeld door het testen van de aangebrachte coating. De rechtbank is er ook niet van overtuigd geraakt dat die tests niet zonder onherstelbare schade kunnen worden uitgevoerd."

2.2. De voorzieningenrechter overweegt dat de rechtbank het besluit van 20 februari 2024 heeft vernietigd vanwege een motiveringsgebrek. In overweging 6.6 van de uitspraak van de rechtbank staat dat de overgelegde documenten vooralsnog niet overtuigen. Het college moet op andere wijze aannemelijk maken dat de stalen (hoofd)draagconstructie conform het vergunningvoorschrift 30 minuten brandwerend is gecoat. Als voorbeeld noemt de rechtbank de mogelijkheid om de aangebrachte coating te testen. De uitspraak van de rechtbank sluit echter niet uit dat het college ook op een andere manier het motiveringsgebrek kan herstellen. De voorzieningenrechter is er vooralsnog niet van overtuigd dat er geen andere mogelijkheden zijn om het motiveringsgebrek te herstellen. Op de zitting is gebleken dat niet verzocht is om stukken als een offerte, facturen en betalingsbewijzen voor de bouw van de bedrijfshal. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is het daarom niet onmogelijk om andere stukken te overleggen waarmee aannemelijk kan worden gemaakt dat de (hoofd)draagconstructie van de bedrijfshal is voorzien van de in het vergunningvoorschrift bedoelde brandwerende coating. De vrees van het college dat het doen van fysiek destructief onderzoek de enige manier is om aan de uitspraak van de rechtbank te voldoen, is dus onterecht. Het door het college gestelde spoedeisende belang bij het treffen van een voorlopige voorziening is naar het oordeel van de voorzieningenrechter dan ook niet aanwezig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom af.

3. Het college moet de proceskosten vergoeden.

Beslissing

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. wijst het verzoek af;

II. veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van Losser tot vergoeding van de bij [wederpartij] in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 907,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.

Aldus vastgesteld door mr. R. Uylenburg, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. R.I.Y. Lap, griffier.

w.g. Uylenburg

voorzieningenrechter

w.g. Lap

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 4 september 2025

288-1116


Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.

A propos de cette decision

Décisions similaires

Pays-Bas

Rechtbank Den Haag

Commercial NL

ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741

Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.

Pays-Bas

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Divers NL

ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796

Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...

Analyse stratégique offerte

Envoyez vos pièces. Recevez une stratégie.

Transmettez-nous les pièces de votre dossier. Maître Hassan KOHEN vous répond personnellement sous 24 heures avec une première analyse stratégique de votre situation.

  • Première analyse offerte et sans engagement
  • Réponse personnelle de l'avocat sous 24 heures
  • 100 % confidentiel, secret professionnel garanti
  • Jusqu'à 1 Go de pièces, dossiers et sous-dossiers acceptés

Cliquez ou glissez vos fichiers ici
Tous formats acceptes (PDF, Word, images, etc.)

Envoi en cours...

Vos donnees sont utilisees uniquement pour traiter votre demande. Politique de confidentialite.