Pays-Bas Raad van State Divers 22 septembre 2025 N° BRS.25.000596 NL

ECLI:NL:RVS:2025:4443 Raad van State , 22-09-2025 / BRS.25.000596

Bij besluit van 18 april 2025 heeft de minister betrokkene een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd. Bij mondelinge uitspraak van 13 mei 2025 heeft de rechtbank het daartegen door betrokkene ingestelde beroep gegrond verklaard, de opheffing van de vrijheidsontnemende maatregel met ingang van die dag bevolen en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Tegen deze uitspraak heeft de minister h...

Source officielle

3 min de lecture 648 mots

Inhoudsindicatie. Bij besluit van 18 april 2025 heeft de minister betrokkene een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd. Bij mondelinge uitspraak van 13 mei 2025 heeft de rechtbank het daartegen door betrokkene ingestelde beroep gegrond verklaard, de opheffing van de vrijheidsontnemende maatregel met ingang van die dag bevolen en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Tegen deze uitspraak heeft de minister hoger beroep ingesteld. Betrokkene, vertegenwoordigd door mr. A. Jankie, advocaat in Den Haag, heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

BRS.25.000596

ECLI:NL:RVS:2025:4443

Datum uitspraak: 22 september 2025

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

de minister van Asiel en Migratie,

appellant,

tegen de mondelinge uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, van 13 mei 2025 in zaak nr. NL25.20604 in het geding tussen:

[betrokkene]

en

de minister.

Procesverloop

Bij besluit van 18 april 2025 heeft de minister betrokkene een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

Bij mondelinge uitspraak van 13 mei 2025 heeft de rechtbank het daartegen door betrokkene ingestelde beroep gegrond verklaard, de opheffing van de vrijheidsontnemende maatregel met ingang van die dag bevolen en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

Tegen deze uitspraak heeft de minister hoger beroep ingesteld.

Betrokkene, vertegenwoordigd door mr. A. Jankie, advocaat in Den Haag, heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

Overwegingen

1. De minister komt in haar enige grief terecht op tegen het oordeel van de rechtbank dat de grensdetentie te lang zou voortduren. De rechtbank kon op het moment dat zij uitspraak deed in deze grensdetentiezaak namelijk nog niet tot die conclusie komen, omdat zij de zitting in de asielzaak van betrokkene op 3 juli 2025 had gepland, binnen dertien weken vanaf de oplegging van de grensdetentie. De Afdeling verwijst naar haar uitspraak van 1 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2925, onder 3.8.

1.1. Betrokkene verzoekt de Afdeling in zijn schriftelijke uiteenzetting de prejudiciële vragen te stellen of het Unierecht vereist dat de termijn van vier weken om uitspraak te doen in een asielzaak, bedoeld in artikel 83b, derde lid, van de Vw 2000, strikt wordt nageleefd en wat de gevolgen van niet-naleving daarvan zijn. Hoewel artikel 46, tiende lid, van de Procedurerichtlijn lidstaten de mogelijkheid biedt om een dergelijke termijn vast te stellen, gaat het hier echter niet om een Unierechtelijke, maar om een nationaalrechtelijke termijn. Het Unierecht verbindt dan ook geen gevolgen aan de niet-naleving daarvan.

Uit het voorgaande volgt dat beantwoording van de door betrokkene opgeworpen vragen niet nodig is voor de oplossing van deze zaak. Gelet op de arresten van het Hof van Justitie van 6 oktober 1982, Cilfit, ECLI:EU:C:1982:335, punt 10, en 6 oktober 2021, Consorzio Italian Management, ECLI:EU:C:2021:799, punt 34, bestaat dan ook geen aanleiding tot het stellen van prejudiciële vragen.

1.2. De grief slaagt.

2. Het hoger beroep is gegrond. De Afdeling vernietigt de uitspraak van de rechtbank. Omdat er geen beroepsgronden zijn waarop na de overwegingen in hoger beroep nog moet worden beslist en de Afdeling ook ambtshalve geen reden ziet om de grensdetentie onrechtmatig te achten, is het beroep alsnog ongegrond. Het verzoek om schadevergoeding wordt daarom afgewezen. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. verklaart het hoger beroep gegrond;

II. vernietigt de mondelinge uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, van 13 mei 2025 in zaak nr. NL25.20604;

III. verklaart het beroep ongegrond;

IV. wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Aldus vastgesteld door mr. J.C.A. de Poorter, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J.R. Kraak, griffier.

w.g. De Poorter

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Kraak

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 22 september 2025

1020


Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.

A propos de cette decision

Décisions similaires

Pays-Bas

Rechtbank Den Haag

Commercial NL

ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741

Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.

Pays-Bas

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Divers NL

ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796

Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...

Analyse stratégique offerte

Envoyez vos pièces. Recevez une stratégie.

Transmettez-nous les pièces de votre dossier. Maître Hassan KOHEN vous répond personnellement sous 24 heures avec une première analyse stratégique de votre situation.

  • Première analyse offerte et sans engagement
  • Réponse personnelle de l'avocat sous 24 heures
  • 100 % confidentiel, secret professionnel garanti
  • Jusqu'à 1 Go de pièces, dossiers et sous-dossiers acceptés

Cliquez ou glissez vos fichiers ici
Tous formats acceptes (PDF, Word, images, etc.)

Envoi en cours...

Vos donnees sont utilisees uniquement pour traiter votre demande. Politique de confidentialite.