Pays-Bas Raad van State Social 8 octobre 2025 N° 202407172/1/V6 NL

ECLI:NL:RVS:2025:4801 Raad van State , 08-10-2025 / 202407172/1/V6

Bij besluit van 30 januari 2023 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid [appellante] een boete opgelegd van € 30.000,00 wegens zes overtredingen van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingenen één overtreding van artikel 15a van de Wav. [appellante] is een groothandel in groente en fruit. Op 10 februari 2022 hebben opsporingsambtenaren van de Nationale Politie onderz...

Source officielle

4 min de lecture 864 mots

Inhoudsindicatie. Bij besluit van 30 januari 2023 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid [appellante] een boete opgelegd van € 30.000,00 wegens zes overtredingen van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingenen één overtreding van artikel 15a van de Wav. [appellante] is een groothandel in groente en fruit. Op 10 februari 2022 hebben opsporingsambtenaren van de Nationale Politie onderzoek gedaan bij een nevenvestiging van [appellante] in [plaats]. Op 5 april 2022 hebben inspecteurs van de Nederlandse Arbeidsinspectie nader onderzoek gedaan bij dezelfde nevenvestiging. De inspecteurs hebben op 22 september 2022 op ambtseed een boeterapport opgemaakt. Daarin constateerden zij dat [appellante] de Wav heeft overtreden door zes betrokkenen werkzaamheden te laten verrichten zonder dat [appellante] over tewerkstellingsvergunningen beschikte of de betrokkenen in het bezit waren van een gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid. Deze werkzaamheden bestonden uit het sorteren, stapelen en vervoeren van goederen. Ook constateerden zij dat [appellante] voor een andere betrokkene niet heeft voldaan aan de vordering op grond van artikel 15a van de Wav.

202407172/1/V6.

Datum uitspraak: 8 oktober 2025

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellante], gevestigd in [plaats] (Duitsland),

appellante,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 18 oktober 2024 in zaak nr. 24/180 in het geding tussen:

[appellante]

en

de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Procesverloop

Bij besluit van 30 januari 2023 heeft de minister [appellante] een boete opgelegd van € 30.000,00 wegens zes overtredingen van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (hierna: de Wav) en één overtreding van artikel 15a van de Wav.

Bij besluit van 1 december 2023 heeft de minister het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 18 oktober 2024 heeft de rechtbank het door [appellante] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft [appellante] hoger beroep ingesteld.

De minister heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 24 juli 2025, waar de minister, vertegenwoordigd door mr. M.M. de Lange, is verschenen.

Overwegingen

Inleiding

1. [appellante] is een groothandel in groente en fruit. Op 10 februari 2022 hebben opsporingsambtenaren van de Nationale Politie onderzoek gedaan bij een nevenvestiging van [appellante] in [plaats]. Op 5 april 2022 hebben inspecteurs van de Nederlandse Arbeidsinspectie (hierna: de inspecteurs) nader onderzoek gedaan bij dezelfde nevenvestiging. De inspecteurs hebben op 22 september 2022 op ambtseed een boeterapport opgemaakt. Daarin constateerden zij dat [appellante] de Wav heeft overtreden door zes betrokkenen werkzaamheden te laten verrichten zonder dat [appellante] over tewerkstellingsvergunningen beschikte of de betrokkenen in het bezit waren van een gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid. Deze werkzaamheden bestonden uit het sorteren, stapelen en vervoeren van goederen. Ook constateerden zij dat [appellante] voor een andere betrokkene niet heeft voldaan aan de vordering op grond van artikel 15a van de Wav. De minister heeft [appellante] daarom een boete opgelegd van € 30.000,00 voor zes overtredingen van artikel 2, eerste lid, van de Wav en één overtreding van artikel 15a van de Wav.

Oordeel van de rechtbank

2. De rechtbank heeft overwogen dat de minister de boetes terecht heeft opgelegd. De rechtbank is van oordeel dat de werkzaamheden van de betrokkenen geen tijdelijk karakter hadden. Daardoor is geen sprake van grensoverschrijdende dienstverlening en doet de uitzondering op het verbod om vreemdelingen zonder tewerkstellingsvergunning te laten werken, zich niet voor. [appellante] kan volgens de rechtbank ook geen succesvol beroep doen op de standstill-bepaling uit artikel 13 van het Besluit nr. 1/80. Verder heeft de rechtbank geoordeeld dat de minister de boete voor het niet voldoen aan de vordering op grond van artikel 15a van de Wav terecht aan [appellante] heeft opgelegd. Volgens de rechtbank hadden de inspecteurs goede redenen om te vermoeden dat de betrokkene die bezig was met het opstapelen van dozen tomaten in het magazijn werkzaam was voor [appellante]. Als werkgever was het vervolgens de verantwoordelijkheid van [appellante] om hier duidelijkheid over te verschaffen en dit uit te zoeken. Ten slotte heeft de rechtbank geoordeeld dat de minister niet willekeurig of vooringenomen heeft gehandeld.

Hoger beroep en beoordeling

3. De gronden die [appellante] in hoger beroep heeft aangevoerd zijn zo goed als een herhaling van wat zij in beroep heeft aangevoerd. De rechtbank is gemotiveerd op die gronden ingegaan. [appelante heeft geen redenen aangevoerd waarom de gemotiveerde beoordeling van die gronden in de uitspraak van de rechtbank onjuist of onvolledig zou zijn. De Afdeling kan zich vinden in het oordeel van de rechtbank en in de onder 10 tot en met 17 opgenomen overwegingen, waarop dat oordeel is gebaseerd.

De hogerberoepsgronden slagen niet.

Conclusie

4. Het hoger beroep is ongegrond. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. J. Th. Drop, voorzitter, en mr. M. Soffers en mr. M. den Heyer, leden, in tegenwoordigheid van mr. A.E. de Ruijter, griffier.

w.g. Drop

voorzitter

w.g. De Ruijter

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 8 oktober 2025

887-1061


Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.

A propos de cette decision

Décisions similaires

Pays-Bas

Rechtbank Den Haag

Commercial NL

ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741

Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.

Pays-Bas

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Divers NL

ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796

Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...

Analyse stratégique offerte

Envoyez vos pièces. Recevez une stratégie.

Transmettez-nous les pièces de votre dossier. Maître Hassan KOHEN vous répond personnellement sous 24 heures avec une première analyse stratégique de votre situation.

  • Première analyse offerte et sans engagement
  • Réponse personnelle de l'avocat sous 24 heures
  • 100 % confidentiel, secret professionnel garanti
  • Jusqu'à 1 Go de pièces, dossiers et sous-dossiers acceptés

Cliquez ou glissez vos fichiers ici
Tous formats acceptes (PDF, Word, images, etc.)

Envoi en cours...

Vos donnees sont utilisees uniquement pour traiter votre demande. Politique de confidentialite.