ECLI:NL:RVS:2025:4903 Raad van State , 03-10-2025 / 202501413/1/A2
[appellante] woont samen met haar twee meerderjarige kinderen in een eengezinswoning die uit drie verdiepingen bestaat. Zij wil verhuizen naar een gelijkvloerse woning, omdat zij vanwege lichamelijke beperkingen niet meer lopend de trap op kan om de slaapkamer en de badkamer te bereiken. Zij wil geen traplift laten plaatsen, omdat dit voor haar een te grote psychische impact heeft. Ook wil zij ...
3 min de lecture · 523 mots
Inhoudsindicatie. [appellante] woont samen met haar twee meerderjarige kinderen in een eengezinswoning die uit drie verdiepingen bestaat. Zij wil verhuizen naar een gelijkvloerse woning, omdat zij vanwege lichamelijke beperkingen niet meer lopend de trap op kan om de slaapkamer en de badkamer te bereiken. Zij wil geen traplift laten plaatsen, omdat dit voor haar een te grote psychische impact heeft. Ook wil zij met haar kinderen blijven wonen. Zij betoogt dat het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven desnoods toepassing had moeten geven aan de hardheidsclausule.
202501413/1/A2.
Datum uitspraak: 3 oktober 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) op het hoger beroep van:
[appellante], wonend in Eindhoven,
appellante,
tegen de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van 31 januari 2025 in zaak nr. 24/2965 in het geding tussen:
[appellante]
en
het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven.
Openbare zitting gehouden op 3 oktober 2025 om 13:45 uur.
Tegenwoordig:
Staatsraad mr. C.H. Bangma, lid van de enkelvoudige kamer;
mr. C. Kouidar, griffier.
Verschenen:
Het college, vertegenwoordigd door mr. A.J. Rijkers;
Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van 31 januari 2025 van de rechtbank OostBrabant.
De Afdeling bevestigt de aangevallen uitspraak.
Motivering:
1. [appellante] woont samen met haar twee meerderjarige kinderen in een eengezinswoning die uit drie verdiepingen bestaat. Zij wil verhuizen naar een gelijkvloerse woning, omdat zij vanwege lichamelijke beperkingen niet meer lopend de trap op kan om de slaapkamer en de badkamer te bereiken. Zij wil geen traplift laten plaatsen, omdat dit voor haar een te grote psychische impact heeft. Ook wil zij met haar kinderen blijven wonen. Zij betoogt dat het college desnoods toepassing had moeten geven aan de hardheidsclausule.|
2. Het college heeft bij besluit van 4 juli 2024 de afwijzing van de aanvraag om een urgentieverklaring onder verwijzing naar het advies van de commissie voor bezwaarschriften gehandhaafd. Volgens het college kan niet vastgesteld worden dat zich een bijzondere noodsituatie, die buiten eigen toedoen is ontstaan, voordoet. [appellante] beschikt over woonruimte en de ervaren woonproblematiek wordt mede veroorzaakt door de keuze om deze woning niet op haar beperkingen aan te laten passen. Zij heeft geen bewijsstukken overgelegd waaruit volgt dat de situatie dusdanig onhoudbaar is, dat het college toepassing moet geven aan de hardheidsclausule.
3. [appellante] heeft niet onderbouwd dat de psychische impact van het aanpassen van haar woning op haar beperkingen dusdanig groot is, dat van haar niet gevergd kan worden dat zij blijft wonen in haar huidige woning. De Afdeling volgt daarom het oordeel van de rechtbank dat zich in dit geval geen bijzondere noodsituatie voordoet. Ook volgt de Afdeling het oordeel van de rechtbank dat [appellante] niet heeft onderbouwd dat haar (medische) situatie acuut onhoudbaar is, zodat het college geen toepassing hoefde te geven aan de hardheidsclausule. De betogen slagen niet.
4. Het hoger beroep is ongegrond.
5. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
w.g. Bangma
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Kouidar
griffier
1120
Sources officielles : consulter la page source
Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741
Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8963 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6742
Dublin, plakvovo, vovo afgewezen.
Pays-Bas
College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796
Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...