ECLI:NL:RVS:2025:4905 Raad van State , 03-10-2025 / 202502000/1/A2
[appellant] verbleef ten tijde van belang in Amersfoort. Hij heeft een urgentieverklaring aangevraagd, omdat hij na zijn scheiding graag een zelfstandige woning wil in de nabijheid van zijn kinderen die in Utrecht wonen. Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht heeft bij besluit van 17 januari 2024 de afwijzing van de aanvraag om een urgentieverklaring gehandhaafd, omdat niet word...
3 min de lecture · 474 mots
Inhoudsindicatie. [appellant] verbleef ten tijde van belang in Amersfoort. Hij heeft een urgentieverklaring aangevraagd, omdat hij na zijn scheiding graag een zelfstandige woning wil in de nabijheid van zijn kinderen die in Utrecht wonen. Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht heeft bij besluit van 17 januari 2024 de afwijzing van de aanvraag om een urgentieverklaring gehandhaafd, omdat niet wordt voldaan aan verschillende voorwaarden uit artikel 28, eerste lid, van de Huisvestingsverordening Regio Utrecht 2023. Het college heeft aan de afwijzing onder meer ten grondslag gelegd dat [appellant] niet aangemerkt kan worden als ingezetene en dat hij niet kan aantonen dat hij eerst zelf naar een oplossing heeft gezocht.
202502000/1/A2.
Datum uitspraak: 3 oktober 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) op het hoger beroep van:
[appellant], te [woonplaats],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank MiddenNederland van 18 februari 2025 in zaak nr. 24/1738 in het geding tussen:
[appellant]
en
het college van burgemeester en wethouders van Utrecht.
Openbare zitting gehouden op 3 oktober 2025 om 14:30 uur.
Tegenwoordig:
Staatsraad mr. C.H. Bangma, lid van de enkelvoudige kamer;
mr. C. Kouidar, griffier.
Verschenen:
[appellant], bijgestaan door [gemachtigde], en het college, vertegenwoordigd door K. Demir;
Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van 18 februari 2025 van de rechtbank MiddenNederland.
De Afdeling bevestigt de aangevallen uitspraak.
Motivering:
1. [appellant] verbleef ten tijde van belang in Amersfoort. Hij heeft een urgentieverklaring aangevraagd, omdat hij na zijn scheiding graag een zelfstandige woning wil in de nabijheid van zijn kinderen die in Utrecht wonen.
2. Het college heeft bij besluit van 17 januari 2024 de afwijzing van de aanvraag om een urgentieverklaring gehandhaafd, omdat niet wordt voldaan aan verschillende voorwaarden uit artikel 28, eerste lid, van de Huisvestingsverordening Regio Utrecht 2023 (Huisvestingsverordening). Het college heeft aan de afwijzing onder meer ten grondslag gelegd dat [appellant] niet aangemerkt kan worden als ingezetene en dat hij niet kan aantonen dat hij eerst zelf naar een oplossing heeft gezocht.
3. Uit wat [appellant] naar voren heeft gebracht, is niet gebleken dat het oordeel van de rechtbank onjuist is. Dat het begrip ingezetene in andere regelingen anders wordt uitgelegd, betekent niet dat het college die term onjuist uitlegt. De Huisvestingsverordening kent immers een eigen definitie van de term ingezetene en dat mag. Daarbij is niet in geschil dat [appellant] niet voldoet aan die definitie. Omdat dit voldoende is om de aanvraag af te wijzen, behoeven de overige gronden niet te worden besproken. Het betoog slaagt niet.
4. Het hoger beroep is ongegrond.
5. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
w.g. Bangma
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Kouidar
griffier
1120
Sources officielles : consulter la page source
Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741
Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8963 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6742
Dublin, plakvovo, vovo afgewezen.
Pays-Bas
College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796
Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...