ECLI:NL:RVS:2025:4984 Raad van State , 16-10-2025 / 202203429/1/V1
Bij besluit van 29 januari 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om afgifte van een document als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vw 2000, waaruit rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan blijkt (hierna: een artikel 9-document), afgewezen.
3 min de lecture · 625 mots
Inhoudsindicatie. Bij besluit van 29 januari 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om afgifte van een document als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vw 2000, waaruit rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan blijkt (hierna: een artikel 9-document), afgewezen.
202203429/1/V1.
Datum uitspraak: 16 oktober 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[appellant],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, van 6 mei 2022 in zaak nr. 21/5123 in het geding tussen:
appellant
en
de minister van Asiel en Migratie.
Procesverloop
Bij besluit van 29 januari 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om afgifte van een document als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vw 2000, waaruit rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan blijkt (hierna: een artikel 9-document), afgewezen.
Bij besluit van 18 augustus 2021 heeft de staatssecretaris het daartegen door appellant gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 6 mei 2022 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. A.G. Kleijweg, advocaat in Den Haag, hoger beroep ingesteld.
De staatssecretaris heeft een nader stuk ingediend.
De minister heeft op verzoek van de Afdeling een nader stuk ingediend.
Overwegingen
1. Nadat appellant hoger beroep heeft ingesteld, heeft hij op 30 mei 2023 wederom een aanvraag voor een artikel 9-document ingediend. In de procedure naar aanleiding van die aanvraag heeft de minister bij brief van 14 december 2023 laten weten dat zij van plan is om aan appellant dat verblijfsdocument af te geven voor een periode van vijf jaar. Appellant heeft niet gereageerd op het verzoek van de Afdeling van 21 december 2023 om schriftelijk te laten weten of hij zijn hoger beroep in deze zaak handhaaft. Bij brief van 25 september 2025 heeft de minister laten weten dat zij appellant op 20 december 2023 een artikel 9-document heeft verstrekt.
2. Het hoger beroep is niet-ontvankelijk. Met de inwilliging van de aanvraag voor een artikel 9-document, heeft appellant het doel van de procedure bereikt. Daarom heeft hij geen belang bij de beoordeling van het hoger beroep. Dergelijk belang bestaat slechts als een vreemdeling in een gunstigere positie zou kunnen komen (vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 18 januari 2017, ECLI:NL:RVS:2017:137, onder 2). De vraag of de minister moet worden veroordeeld tot vergoeding van de in hoger beroep gemaakte proceskosten, geeft onvoldoende aanleiding om tot een inhoudelijke beoordeling van het hoger beroep over te gaan (vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 1 juni 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1565, onder 2).
2.1. Niettemin zal de Afdeling bezien of de omstandigheden van het geval, en in het bijzonder de reden voor het vervallen van het belang, reden zijn om de minister de proceskosten te laten vergoeden. Daarvoor kan reden zijn als de minister geheel of gedeeltelijk is tegemoetgekomen of als het belang anderszins door haar toedoen is vervallen. In dit geval doet zich dat niet voor, omdat de minister een artikel 9-document heeft afgegeven op een aanvraag van appellant in een andere procedure. Daarom bestaat geen aanleiding om de minister tot vergoeding van de proceskosten te veroordelen.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Aldus vastgesteld door mr. H.G. Sevenster, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. L.S. van den Oosterkamp, griffier.
w.g. Sevenster
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Van den Oosterkamp
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 16 oktober 2025
941-1118
Sources officielles : consulter la page source
Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741
Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8963 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6742
Dublin, plakvovo, vovo afgewezen.
Pays-Bas
College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796
Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...