ECLI:NL:RVS:2025:4988 Raad van State , 08-10-2025 / 202402130/1/A3
Bij besluit van 17 november 2022 heeft de minister van Buitenlandse Zaken de aanvraag niet in behandeling genomen. [appellant] heeft in hoger beroep uiteengezet welke persoonlijke problemen zij in haar leven heeft ervaren. Met deze uiteenzetting wordt echter niet aangegeven wat er verkeerd is aan de overwegingen waarop de rechtbank haar uitspraak baseert. De Afdeling sluit zich bij deze overweg...
2 min de lecture · 294 mots
Inhoudsindicatie. Bij besluit van 17 november 2022 heeft de minister van Buitenlandse Zaken de aanvraag niet in behandeling genomen. [appellant] heeft in hoger beroep uiteengezet welke persoonlijke problemen zij in haar leven heeft ervaren. Met deze uiteenzetting wordt echter niet aangegeven wat er verkeerd is aan de overwegingen waarop de rechtbank haar uitspraak baseert. De Afdeling sluit zich bij deze overwegingen aan.
202402130/1/A3.
Datum uitspraak: 8 oktober 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) op het hoger beroep van:
[appellant], wonend in [woonplaats] (Australië),
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 6 februari 2024 in zaak nr. 23/2170 in het geding tussen:
[appellant]
en
de minister van Buitenlandse Zaken.
Openbare zitting gehouden op 8 oktober 2025 om 16:00 uur.
Tegenwoordig:
Staatsraad mr. C.J. Borman, voorzitter
griffier: mr. S. Langeveld
jurist: mr. R.A. Nieuwenhuijzen
Verschenen:
De minister, vertegenwoordigd door mr. L.H.T. Geuzendam;
Bij besluit van 17 november 2022 heeft de minister de aanvraag niet in behandeling genomen.
Bij besluit van 2 februari 2023 is de minister daarbij gebleven.
Bij uitspraak van 6 februari 2024 heeft de rechtbank Den Haag het beroep ongegrond verklaard.
Het hoger beroep richt zich tegen deze uitspraak.
Beslissing:
De Afdeling bevestigt de aangevallen uitspraak.
Gronden:
[appellant] heeft in hoger beroep uiteengezet welke persoonlijke problemen zij in haar leven heeft ervaren. Met deze uiteenzetting wordt echter niet aangegeven wat er verkeerd is aan de overwegingen waarop de rechtbank haar uitspraak baseert. De Afdeling sluit zich bij deze overwegingen aan.
w.g. Borman
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Langeveld
griffier
317-1158
Sources officielles : consulter la page source
Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741
Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8963 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6742
Dublin, plakvovo, vovo afgewezen.
Pays-Bas
College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796
Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...