Pays-Bas Raad van State Fiscal 29 octobre 2025 N° 202402720/1/A3 NL

ECLI:NL:RVS:2025:5204 Raad van State , 29-10-2025 / 202402720/1/A3

Bij besluit van 9 juni 2023 heeft de minister voor Rechtsbescherming de aanvraag van [appellant] voor een verklaring omtrent gedrag afgewezen. Op 24 maart 2023 heeft [appellant] een VOG aangevraagd, omdat hij een chauffeurspas bij [bedrijf] in [plaats] wil krijgen. [appellant] heeft deze pas nodig om als taxichauffeur te kunnen werken. De minister heeft de aanvraag beoordeeld met toepassing va...

Source officielle

4 min de lecture 759 mots

Inhoudsindicatie. Bij besluit van 9 juni 2023 heeft de minister voor Rechtsbescherming de aanvraag van [appellant] voor een verklaring omtrent gedrag afgewezen. Op 24 maart 2023 heeft [appellant] een VOG aangevraagd, omdat hij een chauffeurspas bij [bedrijf] in [plaats] wil krijgen. [appellant] heeft deze pas nodig om als taxichauffeur te kunnen werken. De minister heeft de aanvraag beoordeeld met toepassing van het screeningsprofiel ‘Taxibranche; chauffeurskaart’. De minister heeft de aanvraag afgewezen. Hij heeft aan dat besluit vijf justitiële gegevens uit het strafblad van [appellant] ten grondslag gelegd die vallen binnen de terugkijktermijn van vijf jaar. Het gaat onder meer om poging tot diefstal, een rijontzegging en het overschrijden van de maximumsnelheid. Volgens de minister vormen deze strafbare feiten, indien herhaald, een belemmering voor een behoorlijke uitoefening van de functie van taxichauffeur. Daarom is voldaan aan het objectieve criterium van de beleidsregels en kan de VOG worden geweigerd. Toetsing aan het subjectieve criterium van de beleidsregels geeft de minister geen aanleiding om toch een VOG af te geven.

202402720/1/A3.

Datum uitspraak: 29 oktober 2025

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend in [woonplaats],

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 3 april 2024 in zaak nr. 23/6422 in het geding tussen:

[appellant]

en

de minister voor Rechtsbescherming (nu: de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid).

Procesverloop

Bij besluit van 9 juni 2023 heeft de minister de aanvraag van [appellant] voor een verklaring omtrent gedrag (hierna: VOG) afgewezen.

Bij besluit van 13 oktober 2023 heeft de minister het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 3 april 2024 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.

De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 23 oktober 2025, waar de staatssecretaris, vertegenwoordigd door mr. E. Spekreijse, is verschenen.

Overwegingen

Inleiding

1. Op 24 maart 2023 heeft [appellant] een VOG aangevraagd, omdat hij een chauffeurspas bij [bedrijf] in [plaats] wil krijgen. [appellant] heeft deze pas nodig om als taxichauffeur te kunnen werken. De minister heeft de aanvraag beoordeeld met toepassing van het screeningsprofiel ‘Taxibranche; chauffeurskaart’. De minister heeft de aanvraag afgewezen. Hij heeft aan dat besluit vijf justitiële gegevens uit het strafblad van [appellant] ten grondslag gelegd die vallen binnen de terugkijktermijn van vijf jaar. Het gaat onder meer om poging tot diefstal, een rijontzegging en het overschrijden van de maximumsnelheid. Volgens de minister vormen deze strafbare feiten, indien herhaald, een belemmering voor een behoorlijke uitoefening van de functie van taxichauffeur. Daarom is voldaan aan het objectieve criterium van de beleidsregels en kan de VOG worden geweigerd. Toetsing aan het subjectieve criterium van de beleidsregels geeft de minister geen aanleiding om toch een VOG af te geven.

Uitspraak van de rechtbank

2. De rechtbank heeft het beroep van [appellant] ongegrond verklaard. De rechtbank heeft geoordeeld dat de minister zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het belang van de beperking van de risico’s voor de samenleving zwaarder weegt dan [appellant]’s belang bij de afgifte van de VOG. Verder heeft de rechtbank overwogen dat de minister mocht concluderen dat de strafbare feiten niet passen bij de functie van taxichauffeur, omdat passagiers tijdens een rit in een tijdelijke afhankelijkheidspositie verkeren. De minister mocht in redelijkheid oordelen dat de gepleegde strafbare feiten op dat moment nog te recent waren om het belang van de risico’s voor de samenleving kleiner te achten dan het persoonlijk belang van [appellant], aldus de rechtbank.

Beoordeling van het hoger beroep

3. De gronden die [appellant] in hoger beroep heeft aangevoerd zijn een herhaling van wat hij in beroep heeft aangevoerd. De rechtbank is gemotiveerd op die gronden ingegaan. [appellant] heeft geen redenen aangevoerd waarom de gemotiveerde beoordeling van die gronden in de aangevallen uitspraak onjuist of onvolledig zou zijn. De Afdeling kan zich vinden in het oordeel van de rechtbank en in de onder 5.2 en 5.3 opgenomen overwegingen, waarop dat oordeel is gebaseerd.

Slotsom

4. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.

5. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. J. Schipper-Spanninga, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. G.A. van de Sluis, griffier.

w.g. Schipper-Spanninga

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Van de Sluis

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 29 oktober 2025

802-1166


Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.

A propos de cette decision

Décisions similaires

Pays-Bas

Rechtbank Den Haag

Commercial NL

ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741

Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.

Pays-Bas

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Divers NL

ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796

Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...

Analyse stratégique offerte

Envoyez vos pièces. Recevez une stratégie.

Transmettez-nous les pièces de votre dossier. Maître Hassan KOHEN vous répond personnellement sous 24 heures avec une première analyse stratégique de votre situation.

  • Première analyse offerte et sans engagement
  • Réponse personnelle de l'avocat sous 24 heures
  • 100 % confidentiel, secret professionnel garanti
  • Jusqu'à 1 Go de pièces, dossiers et sous-dossiers acceptés

Cliquez ou glissez vos fichiers ici
Tous formats acceptes (PDF, Word, images, etc.)

Envoi en cours...

Vos donnees sont utilisees uniquement pour traiter votre demande. Politique de confidentialite.