ECLI:NL:RVS:2025:5566 Raad van State , 18-11-2025 / 202504339/2/R4
Bij besluit van 22 mei 2025 heeft de raad van de gemeente Nijkerk het bestemmingsplan "5e Herziening Bestemmingsplan Buitengebied Nijkerk 2017, Veegplan 2" vastgesteld. Het plangebied van het bestemmingsplan, voor zover van belang, maakt onderdeel uit van het Natura 2000-gebied "Arkemheen". Het relevante plangebied heeft de bestemming "Agrarisch met waarden - Landschappelijke en natuurwaarden" ...
7 min de lecture · 1 495 mots
Inhoudsindicatie. Bij besluit van 22 mei 2025 heeft de raad van de gemeente Nijkerk het bestemmingsplan "5e Herziening Bestemmingsplan Buitengebied Nijkerk 2017, Veegplan 2" vastgesteld. Het plangebied van het bestemmingsplan, voor zover van belang, maakt onderdeel uit van het Natura 2000-gebied "Arkemheen". Het relevante plangebied heeft de bestemming "Agrarisch met waarden – Landschappelijke en natuurwaarden" die afwisselend overlapt met een of meerdere van de volgende gebiedsaanduidingen: "milieuzone – hydrologische beschermingszone", "overige zone – polderlandschap", "overige zone – natura 2000-gebied", "overige zone – gelders natuurnetwerk" en "overige zone – weidevogelgebied". In het voorgaande bestemmingsplan "Buitengebied Nijkerk 2017, Veegplan 2" gold ter plaatse van deze gebiedsaanduidingen een verbod op scheuren en frezen voor graslandvernieuwing of gold een vergunningplicht voor deze activiteit. Het bestemmingsplan past deze regels aan door het scheur- en freesverbod en de vergunningplicht af te schaffen en ter plaatse van de gebiedsaanduiding "overige zone-weidevogelgebied" een meldingsplicht met voorwaarden in te voeren. Verder maakt het plan mogelijk dat overal binnen de bestemming "Agrarisch met waarden – Landschappelijke en natuurwaarden" kan worden doorgezaaid in de bodem tot maximaal 15 cm onder het bestaande maaiveld.
202504339/2/R4.
Datum uitspraak: 18 november 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:
De Nederlandse Vereniging tot Bescherming van Vogels (hierna: de Vogelbescherming), gevestigd in Zeist, en de Vereniging Natuur en Milieufederatie Gelderland (hierna: de GNMF), gevestigd in Arnhem,
verzoekers,
en
de raad van de gemeente Nijkerk,
verweerder.
Procesverloop
Bij besluit van 22 mei 2025 heeft de raad het bestemmingsplan "5e Herziening Bestemmingsplan Buitengebied Nijkerk 2017, Veegplan 2" vastgesteld.
Tegen dit besluit hebben de Vogelbescherming en de GNMF beroep ingesteld.
De Vogelbescherming en de GNMF hebben de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De raad heeft een verweerschrift ingediend.
De Vogelbescherming en de GNMF hebben een nader stuk ingediend.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op een zitting behandeld op 6 november 2025, waar de Vogelbescherming en de GNMF, vertegenwoordigd door mr. H.M. Dotinga en [gemachtigde], en de raad, vertegenwoordigd door W. Bomhoff, zijn verschenen.
Overwegingen
1. Het oordeel van de voorzieningenrechter is een voorlopig oordeel en niet bindend in de bodemprocedure.
Overgangsrecht inwerkingtreding Omgevingswet
2. Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Op grond van artikel 4.6, derde lid, van de Invoeringswet Omgevingswet blijft op een beroep tegen een besluit tot vaststelling van een bestemmingsplan waarvan het ontwerp vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet ter inzage is gelegd het recht zoals dat gold onmiddellijk vóór dat tijdstip van toepassing tot het bestemmingsplan onherroepelijk is.
Het ontwerpplan is op 21 december 2023 ter inzage gelegd. Dat betekent dat op deze beroepsprocedure het recht, waaronder de Wet ruimtelijke ordening (hierna: de Wro), zoals dat gold vóór 1 januari 2024 van toepassing blijft.
Inleiding
3. Het plangebied van het bestemmingsplan, voor zover van belang, maakt onderdeel uit van het Natura 2000-gebied "Arkemheen". Het relevante plangebied heeft de bestemming "Agrarisch met waarden – Landschappelijke en natuurwaarden" die afwisselend overlapt met een of meerdere van de volgende gebiedsaanduidingen: "milieuzone – hydrologische beschermingszone", "overige zone – polderlandschap", "overige zone – natura 2000-gebied", "overige zone – gelders natuurnetwerk" en "overige zone – weidevogelgebied". In het voorgaande bestemmingsplan "Buitengebied Nijkerk 2017, Veegplan 2" gold ter plaatse van deze gebiedsaanduidingen een verbod op scheuren en frezen voor graslandvernieuwing of gold een vergunningplicht voor deze activiteit. Het bij het besluit van 22 mei 2025 vastgestelde bestemmingsplan past deze regels aan door het scheur- en freesverbod en de vergunningplicht af te schaffen en ter plaatse van de gebiedsaanduiding "overige zone-weidevogelgebied" een meldingsplicht met voorwaarden in te voeren. Verder maakt het plan mogelijk dat overal binnen de bestemming "Agrarisch met waarden – Landschappelijke en natuurwaarden" kan worden doorgezaaid in de bodem tot maximaal 15 cm onder het bestaande maaiveld.
Kort gezegd wordt het als gevolg van het bestemmingsplan gemakkelijker om te scheuren en frezen en door te zaaien. De Vogelbescherming en de GNMF vrezen dat dit zal leiden tot nadelige gevolgen voor verschillende soorten (weide)vogels.
De Vogelbescherming en de GNMF hebben binnen de beroepstermijn een verzoek om een voorlopige voorziening te treffen ingediend, zodat op grond van artikel 8.4 van de Wro de werking van het bestemmingsplan is opgeschort totdat op dat verzoek is beslist. Het verzoek is erop gericht te bereiken dat het gehele plan tijdens de bodemprocedure geschorst blijft.
Beoordeling van het verzoek
4. Het verzoek wordt toegewezen. Omdat de voorzieningenrechter twijfelt over de onderbouwing die de raad heeft gegeven voor het vaststellen van het bestemmingsplan en na afweging van de wederzijdse belangen die de partijen naar voren hebben gebracht, ziet de voorzieningenrechter aanleiding om een voorlopige voorziening te treffen zodat het bestemmingsplan geschorst blijft. De voorzieningenrechter licht dat hieronder toe.
4.1. Volgens de Vogelbescherming en de GNMF is het bestemmingsplan niet in overeenstemming met de Wet natuurbescherming en de Omgevingsverordening Gelderland, omdat uit het onderzoek "Ecologische effecten van het scheuren van grasland in Arkemheen" van Altenburg en Wymenga van 18 december 2023 blijkt dat het (verder) toestaan van scheuren en frezen voor graslandvernieuwing negatieve gevolgen zal hebben voor (weide)vogels in het plangebied. De raad heeft verklaard dat hij het ecologisch onderzoek bij zijn besluitvorming heeft betrokken, maar verder niet toegelicht hoe bij de vaststelling van het bestemmingsplan rekening is gehouden met de daarin gestelde negatieve gevolgen. Het is aan de Afdeling in de bodemprocedure om dit beoordelen, maar de voorzieningenrechter betwijfelt of de raad toereikend heeft onderbouwd dat het bestemmingsplan aanvaardbaar is gelet op de mogelijke negatieve gevolgen daarvan voor (weide)vogels.
Daarnaast stelt de voorzieningenrechter vast dat de door de Vogelbescherming en de GNMF naar voren gebrachte belangen om het bestemmingsplan geschorst te laten zwaarder wegen dan de door de raad gestelde belangen die zich daartegen verzetten. De voorzieningenrechter betrekt daarbij dat uit het ecologisch onderzoek, waarvan de raad de conclusies niet heeft bestreden, volgt dat het afschaffen van het frees- en scheurverbod en de vergunningplicht mogelijk onomkeerbare en langdurige negatieve gevolgen heeft voor (weide)vogels zoals de smient en de grutto. De raad heeft toegelicht dat volgens hem een meldingsplicht beter past bij deze agrarische activiteit en beter te handhaven is. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is dit niet voldoende om voorbij te gaan aan het belang om de mogelijke negatieve gevolgen voor (weide)vogels te voorkomen. Bovendien is niet gebleken dat er grote belangen zijn die zich ertegen verzetten dat het bestemmingsplan geschorst blijft, waardoor de planregels van het voorgaande bestemmingsplan die het scheuren en frezen voor graslandvernieuwing niet zonder meer toestaan, van kracht blijven. Hierbij acht de voorzieningenrechter van belang dat de raad op de zitting heeft toegelicht dat er tot op heden weinig gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheid om het grasland te scheuren en frezen.
5. De raad moet de proceskosten vergoeden. Hierbij merkt de voorzieningenrechter op dat de Vogelbescherming en de GNMF hebben verzocht om vergoeding van reiskosten van twee personen in verband met het bijwonen van de zitting. Indien meerdere (rechts)personen gezamenlijk één verzoekschrift hebben ingediend, zoals de Vogelbescherming en de GNMF, komen die kosten in beginsel slechts eenmaal voor vergoeding in aanmerking. De voorzieningenrechter ziet geen reden om hierop in dit geval een uitzondering te maken.
6.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I. schorst bij wijze van voorlopige voorziening het besluit van de raad van de gemeente Nijkerk van 22 mei 2025 tot vaststelling van het bestemmingsplan "5e Herziening Bestemmingsplan Buitengebied Nijkerk 2017, Veegplan 2";
II. veroordeelt de raad van de gemeente Nijkerk tot vergoeding van bij de Nederlandse Vereniging tot Bescherming van Vogels en de Vereniging Natuur en Milieufederatie Gelderland in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 54,21, met dien verstande dat bij betaling van genoemd bedrag aan één van hen, het bestuursorgaan aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan;
III. gelast dat de raad van de gemeente Nijkerk aan de Nederlandse Vereniging tot Bescherming van Vogels en de Vereniging Natuur en Milieufederatie Gelderland het door hen voor de behandeling van het verzoek betaalde griffierecht ten bedrage van € 385,00 vergoedt, met dien verstande dat bij betaling van genoemd bedrag aan één van hen, het bestuursorgaan aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan.
Aldus vastgesteld door mr. N.H. van den Biggelaar, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. M.L.M. van Loo, griffier.
w.g. Van den Biggelaar
voorzieningenrechter
w.g. Van Loo
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 18 november 2025
418-1098
Sources officielles : consulter la page source
Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741
Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8963 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6742
Dublin, plakvovo, vovo afgewezen.
Pays-Bas
College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796
Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...