ECLI:NL:RVS:2025:5665 Raad van State , 21-11-2025 / 202505796/1/A2
Bij e-mail van 19 november 2025 heeft de studieadviseur mede namens de Examencommissie Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden [verzoeker] te kennen gegeven dat niet is gebleken dat toewijzing van extra tentamenvoorzieningen gerechtvaardigd is. [verzoeker] wil voor het tentamen voor het vak Public International Law dat op vrijdag 21 november 2025 om 13.00 uur wordt afgenomen, gebruik maken...
3 min de lecture · 660 mots
Inhoudsindicatie. Bij e-mail van 19 november 2025 heeft de studieadviseur mede namens de Examencommissie Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden [verzoeker] te kennen gegeven dat niet is gebleken dat toewijzing van extra tentamenvoorzieningen gerechtvaardigd is. [verzoeker] wil voor het tentamen voor het vak Public International Law dat op vrijdag 21 november 2025 om 13.00 uur wordt afgenomen, gebruik maken van extra voorzieningen. Naast de al aan hem toegekende toetstijdverlenging wil hij vanwege de diagnose AHDH gebruik maken van een laptop en een prikkelarme zaal. De voorzitter van het CBE heeft in de ochtend van 21 november 2025 een voorlopige voorziening getroffen. Daarbij heeft hij bepaald dat [verzoeker] deel kan nemen aan het tentamen Public International Law in een prikkelarme ruimte, met dien verstande dat het tentamen pas wordt nagekeken, dan wel het cijfer pas bekend wordt gemaakt als het CBE hem in administratief beroep gelijk geeft. [verzoeker] wenst een verderstrekkende voorlopige voorziening, omdat hij wil dat de beoordeling van het tentamen niet wordt aangehouden tot op het administratief beroep positief is beslist.
202505796/1/A2.
Datum uitspraak: 21 november 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:
[verzoeker],
verzoeker,
en
de Examencommissie Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden,
verweerder.
Procesverloop
Bij e-mail van 19 november 2025 heeft de studieadviseur mede namens de examencommissie [verzoeker] te kennen gegeven dat niet is gebleken dat toewijzing van extra tentamenvoorzieningen gerechtvaardigd is.
Hiertegen heeft [verzoeker] administratief beroep bij het college van beroep voor de examens (hierna: het CBE) ingesteld.
[verzoeker] heeft de voorzieningenrechter verzocht om hangende dit administratief beroep een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzitter van het CBE heeft op 21 november 2021 een voorlopige voorziening getroffen.
Het CBE heeft nadere stukken ingediend.
Overwegingen
1. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.
2. [verzoeker] wil voor het tentamen voor het vak Public International Law dat op vrijdag 21 november 2025 om 13.00 uur wordt afgenomen, gebruik maken van extra voorzieningen. Naast de al aan hem toegekende toetstijdverlenging wil hij vanwege de diagnose AHDH gebruik maken van een laptop en een prikkelarme zaal.
3. De voorzitter van het CBE heeft in de ochtend van 21 november 2025 een voorlopige voorziening getroffen. Daarbij heeft hij bepaald dat [verzoeker] deel kan nemen aan het tentamen Public International Law in een prikkelarme ruimte, met dien verstande dat het tentamen pas wordt nagekeken, dan wel het cijfer pas bekend wordt gemaakt als het CBE hem in administratief beroep gelijk geeft.
4. [verzoeker] wenst een verderstrekkende voorlopige voorziening, omdat hij wil dat de beoordeling van het tentamen niet wordt aangehouden tot op het administratief beroep positief is beslist.
5. Niet in geschil is dat [verzoeker] een spoedeisend belang heeft bij zijn verzoek. De voorzieningenrechter ziet aanleiding om op grond van artikel 8:83, vierde lid, van de Awb zonder zitting uitspraak te doen.
6. Naar het oordeel van de Afdeling is met de door het CBE getroffen voorlopige voorziening voldoende tegemoetgekomen aan het belang van [verzoeker]. Hierdoor wordt hij in staat gesteld om alsnog het tentamen met de extra voorzieningen te maken. Vervolgens kan in administratief beroep en – zo nodig – bij de Afdeling worden getoetst of de eventuele afwijzing van de extra voorzieningen gerechtvaardigd is.
7. Gelet hierop bestaat aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.
8. Het CBE hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. J.M. Willems, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. C. Kouidar, griffier.
w.g. Willems
voorzieningenrechter
w.g. Kouidar
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 21 november 2025
1120
Sources officielles : consulter la page source
Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741
Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8963 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6742
Dublin, plakvovo, vovo afgewezen.
Pays-Bas
College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796
Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...