ECLI:NL:RVS:2025:5732 Raad van State , 26-11-2025 / 202406715/1/R3
Bij besluit van 11 december 2023 heeft de raad van de gemeente Dantumadiel het "Paraplubestemmingsplan kleine windmolens gemeente Dantumadiel" vastgesteld. Het bestemmingsplan is een zogenaamd paraplubestemmingsplan en geldt voor het grondgebied van de gemeente Dantumadiel. Het plan maakt de realisatie van ten hoogste twee windturbines op of direct grenzend aan het bouwperceel van een bestaand ...
11 min de lecture · 2 309 mots
Inhoudsindicatie. Bij besluit van 11 december 2023 heeft de raad van de gemeente Dantumadiel het "Paraplubestemmingsplan kleine windmolens gemeente Dantumadiel" vastgesteld. Het bestemmingsplan is een zogenaamd paraplubestemmingsplan en geldt voor het grondgebied van de gemeente Dantumadiel. Het plan maakt de realisatie van ten hoogste twee windturbines op of direct grenzend aan het bouwperceel van een bestaand agrarisch bedrijf via een vergunningenstelstel (binnenplanse afwijking) onder voorwaarden mogelijk. Het gaat om windturbines met een maximale ashoogte van 15 m. [appellante] woont aan de [locatie A] in De Falom. Haar perceel grenst aan het perceel [locatie B] in de Falom. Dit betreft een bouwperceel voor een agrarisch bedrijf. Ook op dit perceel maakt het bestemmingsplan de realisatie van twee windturbines mogelijk. [appellante] heeft beroep ingesteld tegen het bestemmingsplan, voor zover dit plan op het perceel één tot twee windturbines mogelijk maakt. Zij vreest aantasting van haar woon- en leefklimaat door het bestemmingsplan.
202406715/1/R3.
Datum uitspraak: 26 november 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak in het geding tussen:
[appellante], wonend in De Falom, gemeente Dantumadiel,
appellante,
en
de raad van de gemeente Dantumadiel,
verweerder.
Procesverloop
Bij besluit van 11 december 2023 heeft de raad het "Paraplubestemmingsplan kleine windmolens gemeente Dantumadiel" vastgesteld.
Tegen dit besluit heeft [appellante] beroep ingesteld.
De raad heeft een verweerschrift ingediend.
[appellante] heeft een nader stuk ingediend.
De Afdeling heeft de zaak op de zitting behandeld van 14 november 2025, waar [appellante] via een videoverbinding en de raad, vertegenwoordigd door [gemachtigde] via een videoverbinding, zijn verschenen.
Overwegingen
Overgangsrecht inwerkingtreding Omgevingswet
1. Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Op grond van artikel 4.6, derde lid, van de Invoeringswet Omgevingswet blijft op een beroep tegen een besluit tot vaststelling van een bestemmingsplan waarvan het ontwerp vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet ter inzage is gelegd het recht zoals dat gold onmiddellijk vóór dat tijdstip van toepassing tot het bestemmingsplan onherroepelijk is.
Het ontwerpplan is op 19 april 2023 ter inzage gelegd. Dat betekent dat op deze beroepsprocedure het recht, waaronder de Wet ruimtelijke ordening (hierna: de Wro), zoals dat gold vóór 1 januari 2024, van toepassing blijft.
Inleiding
2. Het bestemmingsplan is een zogenaamd paraplubestemmingsplan en geldt voor het grondgebied van de gemeente Dantumadiel. Het plan maakt de realisatie van ten hoogste twee windturbines op of direct grenzend aan het bouwperceel van een bestaand agrarisch bedrijf via een vergunningenstelstel (binnenplanse afwijking) onder voorwaarden mogelijk. Het gaat om windturbines met een maximale ashoogte van 15 m.
3. [appellante] woont aan de [locatie A] in De Falom. Haar perceel grenst aan het perceel [locatie B] in de Falom (hierna: het perceel). Dit betreft een bouwperceel voor een agrarisch bedrijf. Ook op dit perceel maakt het bestemmingsplan de realisatie van twee windturbines mogelijk.
[appellante] heeft beroep ingesteld tegen het bestemmingsplan, voor zover dit plan op het perceel één tot twee windturbines mogelijk maakt. Zij vreest aantasting van haar woon- en leefklimaat door het bestemmingsplan.
Wet- en regelgeving en planregels in de bijlage
4. Relevante wet- en regelgeving en de relevante planregels van het bestemmingsplan zijn opgenomen in de bijlage. Deze bijlage maakt deel uit van de uitspraak.
Hoe beoordeelt de Afdeling een beroep tegen een bestemmingsplan?
5. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet de raad bestemmingen aanwijzen en regels geven die de raad uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De raad heeft daarbij beleidsruimte en moet de betrokken belangen afwegen. De Afdeling oordeelt niet zelf of het plan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. De Afdeling beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden of het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan in overeenstemming is met het recht. Daarbij kan aan de orde komen of de nadelige gevolgen van het plan onevenredig zijn in verhouding tot de met het plan te dienen doelen.
Beroepsgronden
Omvang van geding
6. [appellante] heeft gronden aangevoerd over de overlast die zij door de eigenaar van het perceel ervaart, de door hem verrichte grondwerkzaamheden, een door haar ingediend handhavingsverzoek, de grondverkoop aan de eigenaar van het perceel en andere overlastsituaties in De Falom. Omdat deze gronden niet zijn gericht tegen het ter beoordeling voorliggend bestemmingsplan, zal de Afdeling deze gronden niet inhoudelijk beoordelen.
Gebruik windturbine voor industriële loods
7. [appellante] wijst erop dat op het perceel een loods van 1000 m2 is gebouwd. De vergunning voor die loods is door de uitspraak van de Afdeling van 26 juni 2013, ECLI:NL:RVS:2013:BZ3366, onherroepelijk geworden. Volgens [appellante] is de op te richten windturbine ook bedoeld voor de loods en wordt de windturbine ingezet voor industrieel gebruik.
7.1. Op de zitting heeft de raad meegedeeld dat door de eigenaar van het perceel nog geen vergunning is aangevraagd om één of twee windturbines op zijn perceel te kunnen realiseren. Van de bouw- en de gebruiksmogelijkheden uit het bestemmingsplan is daar dan ook nog geen gebruikgemaakt.
7.2. Uit artikel 4.1, aanhef van de planregels volgt dat ten hoogste twee windturbines op of direct grenzend aan het bouwperceel van een bestaand agrarisch bedrijf mogen worden gebouwd. Uit artikel 4.1, aanhef en onder b, van de planregels volgt dat het op te stellen vermogen van de windturbines uitsluitend is gericht op de energiebehoefte van het agrarische bedrijf. Dit betekent dat het bestemmingsplan alleen voorziet in de mogelijkheid om een omgevingsvergunning te verlenen voor maximaal twee windturbines die ingezet moeten worden voor het agrarische bedrijf en niet voor andere bedrijven. Als op basis van dit bestemmingsplan een omgevingsvergunning wordt aangevraagd en verleend ten behoeve van een niet-agrarisch bedrijf, dan kan [appellante] daartegen rechtsmiddelen aanwenden.
Het betoog slaagt niet.
Plan-mer-plicht
8. Volgens [appellante] geldt voor het bestemmingsplan een plan-mer-plicht, waaraan niet is voldaan.
8.1. Naar het oordeel van de Afdeling geldt voor het bestemmingsplan geen plan-mer-plicht als is bedoeld in artikel 7.2, eerste, tweede en achtste lid, van de Wet milieubeheer. Daartoe overweegt de Afdeling dat de aangewezen activiteit in kolom 1 van categorie 22.2 van onderdeel C en van categorie 22.2 van onderdeel D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage (hierna: Besluit mer) de oprichting, wijziging of uitbreiding van een windturbinepark is. Uit onderdeel A van die bijlage volgt dat pas bij drie windturbines of meer sprake is van een windturbinepark. Omdat het bestemmingsplan gelet op artikel 4.1, aanhef, van de planregels erin voorziet om per agrarisch bouwblok één of twee windturbines mogelijk te maken, maakt het bestemmingsplan geen windturbinepark mogelijk als is bedoeld in het Besluit mer. Daarbij betrekt de Afdeling dat er geen aanknopingspunt is dat voor de toepassing van het Besluit mer de windturbines die op of bij alle of meerdere agrarische bouwpercelen mogelijk worden gemaakt, samen moeten worden aangemerkt als één windturbinepark. Van een plan-mer-plicht voor het bestemmingsplan vanwege de aanleg van een windturbinepark is dan ook geen sprake.
Het betoog slaagt niet.
Geluidoverlast
9. [appellante] vreest geluidoverlast en daardoor gezondheidsschade als gevolg van de windturbines. Zij voert aan dat er geen vooronderzoek of toetsing is geweest van die geluidoverlast.
9.1. In de plantoelichting is aangegeven dat de windturbine moet voldoen aan de van toepassing zijnde geluideisen van het Activiteitenbesluit milieubeheer (hierna: Activiteitenbesluit). Voor een kleine windturbine met een rotordiameter van 2 m of meer is een melding op grond van het Activiteitenbesluit verplicht, waarbij een akoestisch onderzoek moet worden gevoegd. De raad wijst er verder op dat de aanvraag om een omgevingsvergunning ook wat betreft de geluidsituatie op zijn eigen merites zal worden beoordeeld.
9.2. Tussen partijen is niet in geschil dat de windturbines met een rotorblad groter dan 2 m moeten voldoen aan het bepaalde in artikel 3.14a van het Activiteitenbesluit. De daarin neergelegde geluidnormen vindt de raad voor wat betreft het toestaan van windturbines ruimtelijk aanvaardbaar. In artikel 4.1, aanhef en onder f, is als voorwaarde voor vergunningverlening opgenomen dat er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de milieusituatie en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. Door [appellante] is niet bestreden dat met het voorgaande een akoestisch aanvaardbare situatie kan worden verzekerd. De Afdeling is in dit geval van oordeel dat de raad redelijkerwijs heeft kunnen afzien van een nadere beoordeling van de akoestische situatie.
Het betoog slaagt niet.
Conclusie
10. Het beroep is ongegrond.
11. De raad hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
verklaart het beroep ongegrond.
Aldus vastgesteld door mr. J. Gundelach, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. F. Huussen, griffier.
w.g. Gundelach
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Huussen
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 26 november 2025
1070
Bijlage
Wet milieubeheer
Artikel 7.2
1. Bij algemene maatregel van bestuur worden de activiteiten aangewezen:
a. die belangrijke nadelige gevolgen kunnen hebben voor het milieu;
b. ten aanzien waarvan het bevoegd gezag moet beoordelen of zij belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben.
2. Terzake van de activiteiten, bedoeld in het eerste lid, worden bij de maatregel de categorieën van plannen aangewezen bij de voorbereiding waarvan een milieueffectrapport moet worden gemaakt. Een plan wordt slechts aangewezen indien het plan het kader vormt voor een besluit als bedoeld in het derde of vierde lid […]
8. Bij de maatregel kan worden bepaald dat de aanwijzing van een activiteit, dan wel van een plan of besluit slechts geldt in daarbij aangewezen categorieën van gevallen.
Besluit milieueffectrapportage (hierna: Besluit mer)
Artikel 2
1. Als activiteiten als bedoeld in artikel 7.2, eerste lid, onder a, van de wet worden aangewezen de activiteiten die behoren tot een categorie die in onderdeel C van de bijlage is omschreven […],
2. Als activiteiten als bedoeld in artikel 7.2, eerste lid, onder b, van de wet worden aangewezen de activiteiten die behoren tot een categorie die in onderdeel D van de bijlage is omschreven, alsmede activiteiten die in onderdeel C van de bijlage zijn omschreven en die uitsluitend of hoofdzakelijk dienen voor het ontwikkelen en beproeven van nieuwe methoden of producten en die niet langer dan twee jaar worden gebruikt. […]
In artikel 1 van onderdeel A van de bijlage behorende bij het Besluit mer (hierna: de bijlage) is "windturbinepark" gedefinieerd als: "park bestaande uit ten minste drie windturbines."
In categorie 22.2 van onderdeel C van de bijlage is als activiteit aanwezen: "De oprichting, wijziging of uitbreiding van een windturbinepark."
In categorie 22.2 van onderdeel C van de bijlage is als geval aangewezen: "In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op 20 windturbines of meer."
In categorie 22.2 van onderdeel D van de bijlage is als activiteit aanwezen: "De oprichting, wijziging of uitbreiding van een windturbinepark."
In categorie 22.2 van onderdeel D van de bijlage is als geval aangewezen: "In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een gezamenlijk vermogen van 15 megawatt (elektrisch) of meer, of 10 windturbines, of meer."
Activiteitenbesluit milieubeheer
Artikel 3.13
Deze paragraaf is van toepassing op het in werking hebben van een windturbine die geen deel uitmaakt van een windturbinepark.
Artikel 3.14a
1. Een windturbine of een combinatie van windturbines voldoet ten behoeve van het voorkomen of beperken van geluidhinder aan de norm van ten hoogste 47 dB Lden en aan de norm van ten hoogste 41 dB Lnight op de gevel van gevoelige gebouwen, tenzij deze zijn gelegen op een gezoneerd industrieterrein, en bij gevoelige terreinen op de grens van het terrein.
[…]
Planregels van het Paraplubestemmingsplan kleine windturbines gemeente Dantumadiel
Hoofdstuk 2 Regels windturbines
Artikel 4 Algemene bouwregels
4.1 Afwijken van de bouwregels
Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in de bouwregels van de in bijlage 1 genoemde bestemmingen in die zin dat ten hoogste 2 windturbines op of direct grenzend aan het bouwperceel van een bestaand agrarisch bedrijf worden gebouwd, mits:
a. de ashoogte ten hoogste 15 m bedraagt;
b. de energieproductie niet is bestemd voor commerciële doeleinden. Het op te stellen vermogen is uitsluitend gericht op de energiebehoefte van het agrarisch bedrijf;
c. vooraf eerst de mogelijkheden om te voorzien in de energiebehoefte van het agrarische bedrijf door middel van zonnepanelen op de gebouwen zijn verkend;
d. er sprake is van een goede landschappelijke inpassing. De turbines moeten zorgvuldig worden ingepast binnen de landschappelijke- en cultuurhistorische kernkwaliteiten, zoals beschreven in het geschetste kader in paragraaf 3.5 van de toelichting, alsmede in de Notitie Hûs en hiem: Kleine windturbines in Fryslân en is opgenomen in bijlage 2 van de regels:
e. de afstand van de te bouwen windturbines tot:
1. gasinfrastructuur ten minste 25 m bedraagt (hart leiding), tenzij de leidingbeheerder instemt met een kortere afstand;
2. hoogspanningsinfrastructuur ten minste de maximale werpafstand bij twee keer het nominaal toerental van de windturbine, tenzij de netbeheerder instemt met een kortere afstand;
f. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de milieusituatie, externe veiligheid, de natuurlijke waarden en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden;
g. de aanvraag door de gemeente tevens aan de provincie Fryslân wordt voorgelegd;
h. binnen een jaar nadat een windturbine definitief buiten gebruik is gesteld, deze constructie met de bijbehorende voorzieningen moet worden verwijderd.
Indien op grond van de in de regels van de in bijlage 1 genoemde bestemmingen het gebruik voor kleinschalige duurzame energiewinning niet is toegestaan, tevens wordt afgeweken van het gebruik, zoals opgenomen in artikel 5 lid 5.1.
Artikel 5 Algemene gebruiksregels
5.1 Afwijken van de gebruiksregels
Voor zover krachtens de bestemmingen, zoals genoemd in bijlage 1 het gebruik van gronden voor kleinschalige duurzame energiewinning niet is toegestaan, kan met een omgevingsvergunning worden afgeweken voor het gebruik van de gronden voor kleinschalige duurzame energiewinning in de vorm van zonne- en windenergie, met dien verstande dat kleinschalige duurzame energiewinning in de vorm van zonne-energie uitsluitend binnen het bouwperceel mag plaatsvinden.
Sources officielles : consulter la page source
Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741
Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.
Pays-Bas
Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:8963 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6742
Dublin, plakvovo, vovo afgewezen.
Pays-Bas
College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796
Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...