Pays-Bas Raad van State Divers 16 décembre 2025 N° 202501503/1/A2 NL

ECLI:NL:RVS:2025:6303 Raad van State , 16-12-2025 / 202501503/1/A2

[appellante] heeft een aanvraag ingediend voor een uitkering uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven. Zij heeft daarbij gesteld dat zij in 1987/1988 tijdens haar zwangerschap in het ziekenhuis in Haarlem met medicijnen is vergiftigd door haar gynaecoloog. Daardoor heeft zij ernstige, chronische gezondheidsschade opgelopen aan onder andere haar gebit, haar huid en haar schildklier. Ook heeft zij p...

Source officielle

Calcul en cours 0

Inhoudsindicatie. [appellante] heeft een aanvraag ingediend voor een uitkering uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven. Zij heeft daarbij gesteld dat zij in 1987/1988 tijdens haar zwangerschap in het ziekenhuis in Haarlem met medicijnen is vergiftigd door haar gynaecoloog. Daardoor heeft zij ernstige, chronische gezondheidsschade opgelopen aan onder andere haar gebit, haar huid en haar schildklier. Ook heeft zij psychisch letsel opgelopen. Deze aanvraag is door de CSG afgewezen bij besluit 29 augustus 2022. Bij besluit van 8 december 2022 heeft de CSG het daartegen door [appellante] gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. De rechtbank heeft vervolgens het daartegen ingestelde beroep bij uitspraak van 16 januari 2025 ongegrond verklaard. Het hoger beroep richt zich tegen deze uitspraak.

202501503/1/A2.

Datum uitspraak: 16 december 2025

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) op het hoger beroep van:

[appellante], wonend in [woonplaats],

appellante,

tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 16 januari 2025 in zaak nr. 23/399 in het geding tussen:

[appellante]

en

Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven.

Openbare zitting gehouden op 16 december 2025 om 15:15 uur.

Tegenwoordig:

Staatsraad mr. J.M. Willems, lid van de enkelvoudige kamer

griffier: mr. S. Yildiz

Verschenen:

[appellante] en [persoon];

Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven (CSG), vertegenwoordigd door mr. Y. Pieters;

[appellante] heeft een aanvraag ingediend voor een uitkering uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven (het fonds). Zij heeft daarbij gesteld dat zij in 1987/1988 tijdens haar zwangerschap in het ziekenhuis in Haarlem met medicijnen is vergiftigd door haar gynaecoloog. Daardoor heeft zij ernstige, chronische gezondheidsschade opgelopen aan onder andere haar gebit, haar huid en haar schildklier. Ook heeft zij psychisch letsel opgelopen. Deze aanvraag is door de CSG afgewezen bij besluit 29 augustus 2022. Bij besluit van 8 december 2022 heeft de CSG het daartegen door [appellante] gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. De rechtbank heeft vervolgens het daartegen ingestelde beroep bij uitspraak van 16 januari 2025 ongegrond verklaard. Het hoger beroep richt zich tegen deze uitspraak.

Beslissing

De Afdeling

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Motivering

1. [appellante] heeft op de zitting bij de Afdeling een toelichting overgelegd, met daarbij een aantal, volgens haar deels nieuwe, stukken. De Afdeling heeft daarover op de zitting beslist dat de nieuwe stukken buiten beschouwing blijven, omdat die te laat zijn ingediend.

2. De Afdeling stelt voorop dat de medische en psychische situatie van [appellante] niet in geschil is. Deze moeilijke situatie is ook door de rechtbank en de CSG onderkend en zowel op de zitting bij de rechtbank als op de zitting bij de Afdeling uitvoerig besproken. De Afdeling moet echter toetsen of het oordeel van de rechtbank over het besluit van de CSG juist is. Dat is een juridisch oordeel. De Afdeling heeft eerder overwogen (bijvoorbeeld in de uitspraak van de Afdeling van 14 februari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:520) dat een uitkering uit het schadefonds een financiële tegemoetkoming is, die wordt gefinancierd uit belastinggeld en moet worden gezien als een uiting van solidariteit van de samenleving met het slachtoffer. De CSG dient deze uitkering te kunnen verantwoorden. Zij doet dit door te beoordelen of de aanvrager van een uitkering uit het fonds het gestelde geweldsmisdrijf voldoende aannemelijk heeft gemaakt met objectieve aanwijzingen. Alles wat [appellante] in hoger beroep heeft aangevoerd, had zij ook bij de rechtbank al aangevoerd. De rechtbank is daarop uitvoerig gemotiveerd ingegaan in de overwegingen 6 tot en met 9 van haar uitspraak en heeft uitgelegd waarom uit alle stukken die [appellante] heeft overgelegd onvoldoende duidelijk is geworden over de toedracht en de omstandigheden rondom de zwangerschap en de bevalling en over de oorzaak van haar medische klachten, zoals dat een arts haar expres met medicijnen heeft willen vergiftigen. [appellante] is het niet eens met de rechtbank, omdat zij vindt dat duidelijk uit de (medische) stukken en de verklaring van haar zus blijkt dat de artsen rondom de bevalling van haar zoon grote fouten hebben gemaakt en dat dit opzettelijk was. Dat is op de zitting bij de Afdeling besproken, maar er zijn geen nieuwe gezichtspunten of aanknopingspunten naar voren gekomen. Gelet hierop is de Afdeling van oordeel dat de rechtbank op goede gronden heeft geoordeeld dat [appellante] er niet in is geslaagd om met stukken de toedracht van het gestelde geweldsmisdrijf en de omstandigheden waaronder het plaatsvond te onderbouwen. Er is dus niet aannemelijk geworden dat sprake was van een opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf. De Afdeling onderschrijft dan ook het oordeel van de rechtbank in overwegingen 6 tot en met 9. Het hoger beroep is daarom ongegrond.

3. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.

w.g. Willems

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Yildiz

griffier

594


Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.

A propos de cette decision

Décisions similaires

Pays-Bas

Rechtbank Den Haag

Commercial NL

ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741

Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.

Pays-Bas

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Divers NL

ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796

Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...

Analyse stratégique offerte

Envoyez vos pièces. Recevez une stratégie.

Transmettez-nous les pièces de votre dossier pénal. Maître Hassan KOHEN vous répond personnellement sous 24 heures avec une première analyse stratégique de votre situation.

  • Première analyse offerte et sans engagement
  • Réponse personnelle de l'avocat sous 24 heures
  • 100 % confidentiel, secret professionnel garanti
  • Jusqu'à 1 Go de pièces, dossiers et sous-dossiers acceptés

Cliquez ou glissez vos fichiers ici
Tous formats acceptes (PDF, Word, images, etc.)

Envoi en cours...

Vos donnees sont utilisees uniquement pour traiter votre demande. Politique de confidentialite.