Pays-Bas Raad van State Fiscal 14 janvier 2026 N° 202505496/1/A2 NL

ECLI:NL:RVS:2026:187 Raad van State , 14-01-2026 / 202505496/1/A2

Bij beslissing van 22 mei 2025 heeft de examencommissie van Erasmus School of Social and Bahavioural Sciences het verzoek van [appellante] om een vrijstelling of alternatief voor de statistiekvakken van de master Psychology, Specialisation Educational Psychology: Learning and Performance afgewezen. Bij beslissing van 2 september 2025 heeft het College van Beroep voor de Examens het door [appell...

Source officielle

7 min de lecture 1 335 mots

Inhoudsindicatie. Bij beslissing van 22 mei 2025 heeft de examencommissie van Erasmus School of Social and Bahavioural Sciences het verzoek van [appellante] om een vrijstelling of alternatief voor de statistiekvakken van de master Psychology, Specialisation Educational Psychology: Learning and Performance afgewezen. Bij beslissing van 2 september 2025 heeft het College van Beroep voor de Examens het door [appellante] daartegen ingestelde administratief beroep ongegrond verklaard. [appellante] is in het studiejaar 2024-2025 gestart met de master. In het programma van de master zijn twee statistiekvakken opgenomen: Applied Multivariate Data Analysis (5 ECTS) en Applied Multivariate Data Analysis using SPSS (2 ECTS). [appellante] heeft dyscalculie. Op 18 februari 2025 heeft zij daarom een verzoek ingediend bij de examencommissie om een vrijstelling of ander alternatief voor de statistiekvakken van de master. Het CBE heeft de beslissing van de examencommissie in stand gelaten. Volgens het CBE heeft de examencommissie het verzoek in redelijkheid mogen afwijzen. Het CBE heeft daarbij onder meer betrokken dat [appellante] voor beide statistiekvakken nog geen enkele tentamenkans heeft benut.

202505496/1/A2.

Datum uitspraak: 14 januari 2026

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellante], wonend in [woonplaats] (Hongarije),

appellante,

en

het College van Beroep voor de Examens van de Erasmus Universiteit Rotterdam (hierna: CBE),

verweerder.

Procesverloop

Bij beslissing van 22 mei 2025 heeft de examencommissie van Erasmus School of Social and Bahavioural Sciences (hierna: de examencommissie) het verzoek van [appellante] om een vrijstelling of alternatief voor de statistiekvakken van de master Psychology, Specialisation Educational Psychology: Learning and Performance (hierna: de master) afgewezen.

Bij beslissing van 2 september 2025 heeft het CBE het door [appellante] daartegen ingestelde administratief beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze beslissing heeft [appellante] beroep ingesteld.

Het CBE heeft een verweerschrift ingediend.

De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 18 december 2025, waar het CBE, vertegenwoordigd door mr. G.J. Spaans en mr. dr. J.A. van Ast, vergezeld door [persoon A], is verschenen. [appellante], vergezeld door [persoon B], heeft door middel van een videoverbinding aan de zitting deelgenomen.

Overwegingen

Wettelijk kader

1. Het wettelijk kader is opgenomen in de bijlage. De bijlage maakt deel uit van deze uitspraak.

Inleiding

2. [appellante] is in het studiejaar 2024-2025 gestart met de master. In het programma van de master zijn twee statistiekvakken opgenomen: Applied Multivariate Data Analysis (5 ECTS) en Applied Multivariate Data Analysis using SPSS (2 ECTS). [appellante] heeft dyscalculie. Op 18 februari 2025 heeft zij daarom een verzoek ingediend bij de examencommissie om een vrijstelling of ander alternatief voor de statistiekvakken van de master. De examencommissie heeft dat verzoek bij beslissing van 22 mei 2025 afgewezen.

Beslissing van het CBE

3. Het CBE heeft de beslissing van de examencommissie in stand gelaten. Volgens het CBE heeft de examencommissie het verzoek in redelijkheid mogen afwijzen. Het CBE heeft daarbij onder meer betrokken dat [appellante] voor beide statistiekvakken nog geen enkele tentamenkans heeft benut.

Beoordeling van het beroep

4. [appellante] betoogt dat zij weliswaar voorzieningen aangeboden heeft gekregen, maar dat die voorzieningen niet voldoen aan haar behoefte. Het is onredelijk dat zij eerst een tentamen moet afleggen voordat haar maatwerk kan worden aangeboden. Dat is haar overigens pas gemeld bij de afwijzing van haar verzoek. Op dat moment was het academisch jaar al voorbij. Uit het programmaoverzicht van het studiejaar 2026-2027 blijkt dat er in dat studiejaar geen statistiekvakken meer worden gegeven. Hierdoor is onduidelijk hoe en wanneer zij de statistiekvakken nog kan behalen. Verder is vanuit de opleiding aangegeven dat alternatieve opdrachten alleen worden aangeboden als de manier van testen een student hindert in het demonstreren van de kennis en skills. Ook haar situatie valt in die categorie. Haar dyscalculie heeft directe invloed op haar vermogen om de statistiektentamens succesvol af te ronden. [appellante] stelt verder ter discussie dat de statistiekvakken nodig zijn om psycholoog te kunnen worden.

4.1. De Onderwijs- en Examenregeling 2024-2025 (hierna: OER) bevat de inhoud van de opleiding en van de daaraan verbonden examens. [appellante] heeft gevraagd om aanpassing van het studieprogramma. Het CBE heeft zich naar het oordeel van de Afdeling terecht op het standpunt gesteld dat het niet mogelijk is om [appellante] een alternatief aan te bieden voor de statistiekvakken van de master, omdat daarmee het studieprogramma zodanig zou worden aangepast dat het niet langer voldoet aan de eindtermen van de master. Op grond van artikel 5.9, van de OER kunnen ook geen vrijstellingen worden verleend voor examenonderdelen in de masteropleiding en pre-master, tenzij een dubbele masteropleiding wordt afgerond waarbij examenonderdelen identiek zijn. Het CBE heeft op de zitting bij de Afdeling toegelicht waarom de vakken in het curriculum zitten en gewezen op het belang van het begrijpen van wetenschappelijk onderzoek, ook voor praktiserend psychologen.

4.2. Aan studenten met een functiebeperking kan wel de mogelijkheid geboden worden om gebruik te maken van speciale faciliteiten ter ondersteuning van de onderwijsactiviteiten. [appellante] wist vooraf dat statistiekvakken deel uitmaken van het masterprogramma. Het had op haar weg gelegen om, voordat zij zich zou inschrijven voor de master, contact op te nemen met de opleiding om haar situatie te bespreken. Dat heeft zij niet gedaan. De examencommissie heeft, nadat [appellante] de studieadviseur over haar beperking heeft geïnformeerd, voorzieningen aan haar toegekend, zoals extra tentamentijd en een apart tentamenlokaal. Met die voorzieningen zijn mogelijkheden aangeboden om [appellante] te ondersteunen bij haar deelname aan tentamens, waaronder de statistiektentamens. [appellante] heeft nog geen statistiektentamen gemaakt. Het lag op de weg van [appellante] om van de geboden voorzieningen zo goed mogelijk gebruik te maken. Mocht vervolgens blijken dat de geboden voorzieningen toch onvoldoende zijn, dan kan zij desgewenst een nieuw verzoek om voorzieningen doen, waarbij zij dan dient aan te geven waarom de geboden voorzieningen voor haar onvoldoende werkten. Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 21 augustus 2024, ECLI:NL:RVS:2024:3410, r.o. 6.4.

4.3. De Afdeling overweegt verder dat de curriculumwijziging die in het studiejaar 2026-2027 wordt doorgevoerd, niet maakt dat het CBE de beslissing van de examencommissie ten onrechte in stand heeft gelaten. Het CBE heeft toegelicht dat de huidige vakken ook tijdens de transitieperiode nog kunnen worden gevolgd. Het CBE heeft verder toegelicht dat de toelatingseis voor de master op het gebied van statistiek in verband met de curriculumwijziging wordt verhoogd. Het CBE heeft zich op het standpunt gesteld dat [appellante], gelet op haar vooropleiding, zeer waarschijnlijk niet aan die eis zou kunnen voldoen. Dat heeft [appellante] niet weersproken. Het CBE heeft zich verder terecht op het standpunt gesteld dat de examencommissie in redelijkheid kon vasthouden aan de leerdoelen zoals die zijn opgenomen in de OER om haar wettelijke taak – het borgen van de kwaliteit van diploma’s – uit te voeren.

4.4. Het betoog slaagt niet.

Conclusie

5. Het beroep is ongegrond.

6. Het CBE hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. A.B. Blomberg, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M.M. Engele, griffier.

w.g. Blomberg

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Engele

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 14 januari 2026

1033

BIJLAGE – Wettelijk kader

Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek

Artikel 7.13

1. Het instellingsbestuur stelt voor elke door de instelling aangeboden opleiding of groep van opleidingen een onderwijs- en examenregeling vast. De onderwijs- en examenregeling bevat adequate en helder informatie over de opleiding of groep van opleidingen.

2. In de onderwijs- en examenregeling worden, onverminderd het overigens in deze wet terzake bepaalde, per opleiding of groep van opleidingen de geldende procedures en rechten en plichten vastgelegd met betrekking tot het onderwijs en de examens. Daaronder worden ten minste begrepen:

a. de inhoud van de opleiding en van de daaraan verbonden examens,

[…]

Onderwijs- en examenregeling 2024-2025

Artikel 5.9

1. Er worden geen vrijstellingen verleend voor examenonderdelen in de masteropleiding en pre-master tenzij een dubbele masteropleiding wordt afgerond waarbij er examenonderdelen identiek zijn.

[…]


Rechtspraak.nl open data, Creative Commons Zero. Volume cible 1.8M decisions.

A propos de cette decision

Décisions similaires

Pays-Bas

Rechtbank Den Haag

Commercial NL

ECLI:NL:RBDHA:2026:8957 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / NL26.6741

Dublin, Spanje, interstatelijk vertrouwensbeginsel, eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat medische behandeling in het kader van transitie niet mogelijk is in Spanje, artikel 17 Dublinverordening, aangifte zedenmisdrijf en stalking, eiseres heeft aangifte in Spanje kunnen doen, maar heeft het verdere verloop van de aangifte niet afgewacht, beroep ongegrond.

Pays-Bas

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Divers NL

ECLI:NL:CBB:2026:154 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 14-04-2026 / 23/1796

Redelijk rendement voor warmteleveranciers, WACC-besluit. Het College volgt de door de partijen gezamenlijk aangezochte deskundigen en oordeelt dat de ACM bij de vaststelling van de WACC een generieke opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen. Aan een inhoudelijk beoordeling van de bepaling in de gewijzigde beleidsregel rendementstoets warmte over de wijze waarop rekening wo...

Analyse stratégique offerte

Envoyez vos pièces. Recevez une stratégie.

Transmettez-nous les pièces de votre dossier. Maître Hassan KOHEN vous répond personnellement sous 24 heures avec une première analyse stratégique de votre situation.

  • Première analyse offerte et sans engagement
  • Réponse personnelle de l'avocat sous 24 heures
  • 100 % confidentiel, secret professionnel garanti
  • Jusqu'à 1 Go de pièces, dossiers et sous-dossiers acceptés

Cliquez ou glissez vos fichiers ici
Tous formats acceptes (PDF, Word, images, etc.)

Envoi en cours...

Vos donnees sont utilisees uniquement pour traiter votre demande. Politique de confidentialite.