ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260408.2N.16
JUPORTAL Openbare databank voor Belgische rechtspraak Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 08 april 2026 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260408.2N.16 Rolnummer: P.26.0377.N Zaak: M. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2026-04-10 Raadplegingen: 299 - laatst gezien 2026-05-18 21:06 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiche Samenvatting(en) nog niet...
5 min de lecture · 1 062 mots
Print deze pagina
Afdrukformaat
S
M
L
XL
Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht
Sluit Tab
Hof van Cassatie
Vonnis/arrest van 08 april 2026
ECLI nr:
ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260408.2N.16
Rolnummer:
P.26.0377.N
Zaak:
M.
Kamer:
2N – tweede kamer
Rechtsgebied:
Strafrecht
Invoerdatum:
2026-04-10
Raadplegingen:
299 – laatst gezien 2026-05-18 21:06
Versie(s):
Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar
Fiche
Samenvatting(en) nog niet beschikbaar
Thesaurus CAS:
STRAFUITVOERING
Tekst van de beslissing
Nr. P.26.0377.N
D. M.,
veroordeelde tot vrijheidsstraf, gedetineerd,
eiser,
met als raadsman mr. Kris Luyckx, advocaat bij de balie Antwerpen.
I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF
Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis van de strafuitvoeringsrechter in de strafuitvoeringsrechtbank Antwerpen van 12 maart 2026.
De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.
Voorzitter Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht.
Advocaat-generaal Philippe de Koster heeft geconcludeerd.
II. BESLISSING VAN HET HOF
Beoordeling
Ambtshalve middel
Geschonden wettelijke bepalingen
– de artikelen 98/13 en 109/1 Wet Strafuitvoering
1. Artikel 98/13, eerste lid, Wet Strafuitvoering bepaalt dat de strafuitvoeringsrechter de strafuitvoeringsmodaliteit van het elektronisch toezicht toekent onder meer op voorwaarde dat de veroordeelde beschikt over een verblijfplaats en er bij de veroordeelde geen direct waarneembaar risico bestaat voor de fysieke integriteit van derden waaraan niet kan worden tegemoet gekomen door het opleggen van bijzondere voorwaarden.
2. Artikel 98/13, derde lid, Wet Strafuitvoering bepaalt dat onder een direct waarneembaar risico voor de fysieke integriteit van derden wordt verstaan een risico dat op het eerste gezicht blijkt uit de actuele gedragingen van de veroordeelde of uit de stukken van het dossier bedoeld in artikel 98/16 Wet Strafuitvoering.
3. Artikel 98/16, eerste lid, Wet Strafuitvoering bepaalt dat de directeur de veroordeelde hoort en een dossier samenstelt dat voor de strafuitvoeringsmodaliteit van het elektronisch toezicht naast een afschrift van de opsluitingsfiche en informatie over de plaats waar het elektronisch toezicht zal worden doorgebracht het advies van de directeur bevat, met de elementen die de directeur relevant acht voor de beoordeling van het direct waarneembaar risico voor de fysieke integriteit van derden alsook een voorstel tot toekenning of afwijzing en in voorkomend geval de bijzondere voorwaarden die hij noodzakelijk acht om het risico op recidive te beperken of die noodzakelijk zijn in het belang van het slachtoffer.
4. Artikel 98/16, derde lid, Wet Strafuitvoering bepaalt dat de griffie van de strafuitvoeringsrechtbank aan het dossier een geactualiseerd afschrift van het strafregister, een afschrift van de vonnissen en arresten van veroordeling en in voorkomend geval van de slachtofferfiches toevoegt.
5. Uit de wetsgeschiedenis van artikel 98/13 Wet Strafuitvoering blijkt dat de wetgever met de wettelijke omschrijving van deze tegenaanwijzing een extensieve interpretatie wilde tegengaan en dat de beoordeling van de tegenaanwijzing moet gebeuren:
– op basis van actuele gedragingen van de veroordeelde waarmee wordt bedoeld het gedrag dat hij stelde in detentie, tijdens de arrestatie of op het ogenblik van de opsluiting, met uitsluiting van gedragingen tijdens vorige detentieperiodes;
– of, op basis van de in artikel 98/16 Wet Strafuitvoering vermelde stukken, zonder dat bijkomende stukken of adviezen mogen worden gevraagd.
6. De strafuitvoeringsrechter oordeelt onaantastbaar of de tegenaanwijzing voorhanden is van een direct waarneembaar risico voor de fysieke integriteit van derden zoals omschreven in artikel 98/13 Wet Strafuitvoering.
7. De strafuitvoeringsrechter omkleedt de weigering om bij toepassing van artikel 98/13 Wet Strafuitvoering de strafuitvoeringsmodaliteit van het elektronisch toezicht toe te kennen regelmatig met redenen met de vaststelling dat de in artikel 98/13 Wet Strafuitvoering bedoelde tegenaanwijzing van een direct waarneembaar risico voor de fysieke integriteit van derden voorhanden is en door te vermelden op welke feitelijke gegevens hij die vaststelling steunt.
8. De feitelijke gegevens die de strafuitvoeringsrechter in zijn vonnis vermeldt, moeten gelet op de in artikel 98/13 Wet Strafuitvoering opgenomen omschrijving van de tegenaanwijzing zijn ontleend aan ofwel actuele gedragingen van de veroordeelde ofwel aan de stukken van het dossier bedoeld in artikel 98/16 Wet Strafuitvoering.
9. Het vonnis oordeelt dat de eiser een manifest gevaar vormt voor de fysieke integriteit van derden, waarmee het te kennen geeft dat de door artikel 98/13 Wet Strafuitvoering bedoelde tegenaanwijzing van het direct waarneembaar risico voor de fysieke integriteit van derden voorhanden is. Het grondt dat oordeel mede op de vaststelling dat de eiser geen inlichtingenformulier en stavingsstukken heeft neergelegd ter griffie van de strafuitvoeringsrechtbank en het verwijst daarvoor naar artikel 29, § 2/1, Wet Strafuitvoering.
10. Artikel 109/1, eerste lid, Wet Strafuitvoering bepaalt dat behoudens in hier niet toepasselijke gevallen tot 1 juni 2030 onder meer artikel 29 Wet Strafuitvoering niet van toepassing is op de veroordeelde die een of meer vrijheidsstraffen ondergaat waarvan het uitvoerbaar gedeelte drie jaar of minder bedraagt.
11. Het vonnis dat de afwijzing van het verzoek om de strafuitvoeringsmodaliteit van het elektronisch toezicht van de eiser, die een vrijheidsstraf ondergaat waarvan het uitvoerbaar gedeelte drie jaar of minder bedraagt, mede grondt op het niet-indienen van stukken waarin het hier niet-toepasselijke artikel 29 Wet Strafuitvoering voorziet, is niet naar recht verantwoord.
Het middel is in zoverre gegrond.
Middel
12. Het middel behoeft geen antwoord.
Dictum
Het Hof,
Vernietigt het bestreden vonnis.
Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde vonnis.
Houdt de beslissing over de kosten aan en laat die over aan de rechter op verwijzing.
Verwijst de zaak naar een andere strafuitvoeringsrechter van de strafuitvoeringsrechtbank Antwerpen.
Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Tamara Konsek, Frédéric Lugentz en Sabrina Noël, en in openbare rechtszitting van 8 april 2026 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Philippe de Koster, met bijstand van griffier Ayse Birant.
PDF document ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260408.2N.16
Print deze pagina
Afdrukformaat
S
M
L
XL
Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht
Sluit Tab
© 2017-2026 ICT Dienst – FOD Justitie
Powered by PHP 8.5.0
Server Software Apache/2.4.66
== Fluctuat nec mergitur ==
Sources officielles : consulter la page source
JUPORTAL. L avertissement officiel du portail precise qu il n existe pas de droit d auteur sur les arrets et jugements.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Belgique
ECLI:BE:ORGNT:2026:JUG.20260512.1
ECLI:BE:ORGNT:2026:JUG.20260512.1
JUPORTAL Openbare databank voor Belgische rechtspraak Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Ondernemingsrechtbank Gent Vonnis/arrest van 12 mei 2026 ECLI nr: ECLI:BE:ORGNT:2026:JUG.20260512.1 Rolnummer: O/25/00961 Rechtsgebied: Insolventierecht - Overige Invoerdatum: 2026-05-13 Raadplegingen: 126 - laatst gezien 2026-05-18 12:30 Fiche 1 Eens werd vastgesteld dat de toepassingsvoorwaarden van artikel XX.229 WER zijn voldaan, kan de rechtbank...
Belgique
ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.4
ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.4
JUPORTAL Base de données publique de la jurisprudence belge Imprimer cette page Taille d'impression S M L XL Nouvelle recherche JUPORTAL Fermer l'onglet Cour de cassation Jugement/arrêt du 06 mai 2026 No ECLI: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.4 No Rôle: P.25.1301.F Affaire: R. contra M. Chambre: 2F - deuxième chambre Domaine juridique: Droit pénal - Autres Date d'introduction: 2026-05-15 Consultations: 124 - dernière vue...
Belgique
ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.9
ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.9
JUPORTAL Base de données publique de la jurisprudence belge Imprimer cette page Taille d'impression S M L XL Nouvelle recherche JUPORTAL Fermer l'onglet Cour de cassation Jugement/arrêt du 06 mai 2026 No ECLI: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.9 No Rôle: P.26.0121.F Affaire: L. contra K. Chambre: 2F - deuxième chambre Domaine juridique: Droit pénal Date d'introduction: 2026-05-15 Consultations: 122 - dernière vue 2026-05-18 10:25...