ECLI:BE:CASS:2026:DEC.20260423.COH.3
JUPORTAL Openbare databank voor Belgische rechtspraak Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Rechterlijke beslissing van 23 april 2026 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2026:DEC.20260423.COH.3 Rolnummer: COH A.R. 609.N Zaak: S. contra MINISTER VAN JUSTITIE Kamer: COH Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2026-05-08 Raadplegingen: 101 - laatst gezien 2026-05-18 13:22 Fiche Thesaurus CAS: VOORLOPIGE HECHTENIS - ONWETTIGE...
10 min de lecture · 2 004 mots
Print deze pagina
Afdrukformaat
S
M
L
XL
Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht
Sluit Tab
Hof van Cassatie
Rechterlijke beslissing van 23 april 2026
ECLI nr:
ECLI:BE:CASS:2026:DEC.20260423.COH.3
Rolnummer:
COH A.R. 609.N
Zaak:
S. contra MINISTER VAN JUSTITIE
Kamer:
COH
Rechtsgebied:
Strafrecht
Invoerdatum:
2026-05-08
Raadplegingen:
100 – laatst gezien 2026-05-18 13:13
Fiche
Thesaurus CAS:
VOORLOPIGE HECHTENIS – ONWETTIGE EN ONWERKZAME HECHTENIS – Schadeloosstelling
Tekst van de beslissing
In de zaak
COH. A.R. 609.N
van
S,
verzoeker,
met als raadsman mr. Cédric Monheim, advocaat bij de balie Antwerpen, met kantoor te 2000 Antwerpen, Jan Van Gentstraat 29-31,
tegen
MINISTER VAN JUSTITIE, met kabinet te 1000 Brussel, Waterloolaan 115.
I. Bestreden uitspraak
1. De minister van Justitie heeft op 10 november 2025 de bestreden beslissing genomen.
II. Feiten
2. Op 16 maart 2022 beveelt de onderzoeksrechter van de rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen, verzoekers aanhouding wegens de teelt van verdovende middelen, in vereniging, en wegens deelname aan een criminele organisatie.
3. Bij beschikking van de raadkamer van 28 april 2022 wordt de voorlopige hechtenis gehandhaafd en wordt de tenuitvoerlegging ervan bevolen onder de modaliteit van het elektronisch toezicht. Het elektronisch toezicht gaat effectief in op 2 mei 2022.
4. Bij beschikking van de raadkamer van 4 juli 2022 wordt de verzoeker vrijgelaten onder voorwaarden.
5. Bij beschikking van de raadkamer van 16 september 2024 wordt de verzoeker buiten vervolging gesteld voor de hem ten laste gelegde feiten.
6. De hechtenis in de periode van 16 maart 2022 tot en met 4 juli 2022 heeft in totaal 111 dagen geduurd, waarvan 48 dagen in de gevangenis en 63 dagen onder de modaliteit van het elektronisch toezicht.
III. Rechtspleging
A. Voor de minister van Justitie
7. De verzoeker heeft een verzoek tot vergoeding ingediend, ontvangen op 16 mei 2025, strekkende tot toekenning van een totaalbedrag van 227.576,96 euro wegens een onwerkzame hechtenis gedurende 110 dagen in de periode van 16 maart 2022 tot en met 4 juli 2022, waarbij dit bedrag als volgt is samengesteld:
– morele schadevergoeding: 8.250,00 euro, hetzij 75,00 euro per dag onwerkzame hechtenis;
– materiële schade:
o gedwongen overdracht aandelen S bv: 150.000,00 euro;
o gedwongen verkoop (…): 55.250,00 euro;
o leegstandbelasting: 8.026,96 euro;
o kosten eerste advocaat: 6.050,00 euro.
8. Op 10 november 2025 beslist de minister om aan de verzoeker een vergoeding voor morele schade toe te kennen van 4.290,00 euro voor de door hem ondergane onwerkzame hechtenis in de periode van 16 maart 2022 tot en met 4 juli 2022, waarbij dit bedrag is samengesteld uit:
– 50,00 euro per dag in de gevangenis (48 dagen), hetzij 2.400,00 euro;
– 30,00 euro per dag hechtenis onder elektronisch toezicht (63 dagen), hetzij 1.890,00 euro.
B. Voor de Commissie
9. De verzoeker heeft bij de Commissie een verzoekschrift ingediend, ontvangen op 12 januari 2026, waarin hij zijn oorspronkelijke aanspraak aanpaste in die zin dat hij voor de morele schade een vergoeding vordert van 8.325,00 euro, hetzij 75,00 euro per dag onwerkzame hechtenis (rekening houdend met een totaal aantal dagen hechtenis van 111 dagen in plaats van 110 dagen), zodat de gevraagde totale vergoeding voor morele en materiële schade neerkomt op een bedrag van 227.651,96 euro.
10. De minister van Justitie heeft een memorie van antwoord ingediend die op het secretariaat van de Commissie is ontvangen op 28 januari 2026. Hierin verzoekt de minister het verzoekschrift tot hoger beroep ontvankelijk maar ongegrond te verklaren en bijgevolg de ministeriële beslissing van 10 november 2025 te bevestigen.
11. Op de rechtszitting van 23 april 2025 heeft de voorzitter van het Hof van Cassatie verslag uitgebracht.
12. Mr. Cédric Monheim heeft namens de verzoeker die zelf ook aanwezig is, gepleit.
13. Philip Brughmans attaché bij de federale overheidsdienst Justitie, is gehoord namens de minister van Justitie.
14. Plaatsvervangend magistraat Alain Winants heeft advies uitgebracht.
15. De verzoeker heeft het woord gekregen.
16. De raadsman van de verzoeker heeft het laatste woord gekregen.
IV. Beslissing van de Commissie
17. Het verzoekschrift en de memorie van antwoord werden ingediend binnen de bij de wet bepaalde termijnen en zijn ontvankelijk.
18. De betwisting betreft uitsluitend het bedrag van de vergoeding.
19. Over de in aanmerking te nemen periode van onwerkzame hechtenis bestaat geen betwisting: partijen zijn het erover eens dat de hechtenis in de periode van 16 maart 2022 tot en met 4 juli 2022, hetzij 111 dagen, onwerkzaam is. Hiervan werden 48 dagen in de gevangenis ondergaan en 63 dagen onder de modaliteit van het elektronisch toezicht.
20. Volgens artikel 28, § 2, eerste en tweede lid, Wet Onwerkzame Hechtenis wordt het bedrag van deze vergoeding vastgesteld naar billijkheid en met inachtneming van alle omstandigheden van openbaar en privaat belang.
21. Indien de persoon nog lopende vrijheidsstraffen heeft, worden de dagen van de voorlopige hechtenis die in aanmerking komen eerst toegerekend op de nog lopende vrijheidsstraffen. Het blijkt niet dat een toerekening in de zin van artikel 28, § 2, tweede lid, Wet Onwerkzame Hechtenis door de minister wordt gevraagd of aan de orde is, zodat de vergoeding voor de door de verzoeker ondergane 111 dagen onwerkzame hechtenis als volgt wordt bepaald.
22. Wat betreft de gevorderde vergoeding voor advocatenkosten dient erop te worden gewezen dat enkel de kosten van verdediging die verband houden met de bijstand verstrekt in het kader van de onwerkzame voorlopige hechtenis in aanmerking komen voor vergoeding met toepassing van artikel 28 Wet Onwerkzame Hechtenis en dus niet de verdedigingskosten die verband houden met enige andere procedure. Bovendien moet het bewijs van betaling van deze kosten door de verzoeker voorliggen.
23. De Commissie stelt vast dat de voorgelegde factuur inzake erelonen geen detail van de geleverde prestaties van de advocaat bevat. Aldus kan niet worden uitgemaakt welke prestaties verband houden met de bijstand verstrekt in het kader van de onwerkzame voorlopige hechtenis van de verzoeker en welke niet. Bovendien ligt ook geen betalingsbewijs van de verzoeker aan de advocaat voor. Bijgevolg kan aan de verzoeker voor de advocatenkosten geen vergoeding worden toegekend.
24. De verzoeker vordert een vergoeding van 150.000,00 euro omdat hij genoodzaakt zou zijn geweest om zijn aandelen in de vennootschap S bv, waarvan hij medezaakvoerder was, over te dragen aan G. De verzoeker bezat de helft van de aandelen van deze vennootschap en G. de andere helft. Deze vennootschap was opgericht met als doel de uitbating van een (…). Op 22 maart 2022 heeft de verzoeker zijn 50 procent-aandelen overgedragen aan G. en werd hij ontslagen als bestuurder van deze vennootschap. Een jaar later, op 22 maart 2023, heeft G. als enige zaakvoerder van S. bv de bedrijfsbestanddelen van de uitbating verkocht aan een derde voor 300.000,00 euro. De verzoeker stelt dat hij door die aandelenoverdracht naar aanleiding van zijn arrestatie op 16 maart 2022, geen aanspraak heeft kunnen maken op de verkoopsom van de bedrijfsbestanddelen en hij dus een bedrag van 150.000 euro (50 procent van de aandelen) heeft mislopen.
25. De Commissie stelt vast dat uit geen enkel stuk blijkt op welke wijze de verzoeker werd gedwongen om zijn aandelen in de vennootschap S bv over te dragen aan G. minder dan een week na het bevel tot aanhouding. Een tijdelijke onbeschikbaarheid om actief werkzaamheden uit te oefenen in de exploitatie van een eetgelegenheid door een verblijf in de gevangenis, gevolgd door een tijdelijk verblijf in de eigen gezinswoning en een vrijheid onder voorwaarden, dwingt de verzoeker niet om de aandelen in deze vennootschap over te dragen. Het blijkt derhalve niet dat de overdracht van deze aandelen het gevolg is van de onwerkzame voorlopige hechtenis.
26. Bovendien blijkt uit geen enkel stuk dat deze aandelenoverdracht zonder tegenprestatie of betaling voor de overgedragen aandelen zou zijn gebeurd. Uit stuk 8 van de verzoeker blijkt verder dat alle aandeelhouders aanwezig waren bij de beslissing van de bijzondere algemene vergadering van 22 maart 2022, waarbij de verzoeker werd ontslagen als bestuurder en waarbij werd besloten de aandelen van de verzoeker over te dragen aan S, terwijl dat in feite onmogelijk was, gelet op het verblijf van de verzoeker in de gevangenis, en er ook geen melding wordt gemaakt van enige volmacht. Ook blijkt uit geen enkel stuk op welke wijze de verzoeker ervan werd weerhouden om na zijn vrijlating uit de gevangenis opnieuw toe te treden tot deze vennootschap. Gelet op al deze elementen, kan aan de verzoeker geen vergoeding worden toegekend wegens de beweerde gedwongen overdracht van zijn aandelen.
27. De verzoeker vordert een vergoeding van 55.250,00 euro omwille van het verlies dat hij zou hebben geleden bij de gedwongen verkoop van de woning in de (…) te 2018 Antwerpen. Hij stelt dat hij zijn rol binnen S&G bv diende neer te leggen ingevolge zijn hechtenis, waardoor hij zijn maandelijkse bezoldigingen verloor, de hypotheek op deze woning niet meer kon afbetalen en er evenmin nog huurgelden uit kon ontvangen. Uiteindelijk werd deze woning verkocht voor 700.000,00 euro, maar volgens de verzoeker zou dit bedrag hoger zijn geweest indien er geen druk was bij de verkoop.
28. De Commissie stelt evenwel vast dat de overgelegde verkoopovereenkomst van 13 januari 2025 een ongetekende ontwerpakte is die dateert van bijna drie jaar na de aanhouding van de verzoeker en bijna 2,5 jaar na de voorwaardelijke vrijlating van de verzoeker. Uit geen enkel stuk blijkt verder dat de verkoop van deze woning het gevolg is van de onwerkzame hechtenis van de verzoeker. Bijgevolg kan hiervoor geen vergoeding worden toegekend.
29. De verzoeker vordert een vergoeding van 8.026,96 euro wegens leegstandbelasting voor het jaar 2022 aangezien het hem onmogelijk was om zijn panden te verhuren tijdens zijn detentie. De Commissie stelt evenwel vast dat uit stuk 12 van de verzoeker blijkt dat de belastingaanslag niet werd geheven op naam van de verzoeker maar wel op naam van R. Bovendien blijkt uit geen enkel stuk op welke panden deze heffing betrekking heeft, zodat niet kan worden nagegaan of deze heffing betrekking heeft op panden van de verzoeker. Daarenboven blijkt evenmin dat deze heffingen het gevolg zijn van de onwerkzame hechtenis van de verzoeker. Bijgevolg kan hiervoor geen vergoeding worden toegekend.
30. Voor de morele schade komt het passend voor om aan de verzoeker een vergoeding van 6.360,00 euro toe te kennen, meer bepaald 80,00 euro per dag dat de verzoeker in de gevangenis heeft doorgebracht (48 dagen) en 40,00 euro per dag dat de verzoeker heeft doorgebracht onder de modaliteit van het elektronisch toezicht (63 dagen).
31. Het verzoek is gedeeltelijk gegrond.
DICTUM
De Commissie,
uitspraak doende in openbare zitting na behandeling met gesloten deuren,
verklaart het verzoek ontvankelijk en gedeeltelijk gegrond,
hervormt de beslissing van de minister van Justitie van 10 november 2025 als volgt,
bepaalt de vergoeding voor de door de verzoeker ondergane onwerkzame hechtenis in de periode van 16 maart 2022 tot en met 4 juli 2022, hetzij gedurende 111 dagen, op 6.360,00 euro voor morele schade.
Aldus door de Commissie van beroep inzake onwerkzame hechtenis uitgesproken in openbare rechtszitting 23 april 2026, waar aanwezig zijn de voorzitter van het Hof van Cassatie Filip Van Volsem, voorzitter, de eerste voorzitter van de Raad van State Wilfried Van Vaerenbergh, lid, de voorzitter van de Orde van Vlaamse Balies Peter Callens, lid, plaatsvervangend magistraat Alain Winants en de griffier Ayse Birant, secretaris.
PDF document ECLI:BE:CASS:2026:DEC.20260423.COH.3
Print deze pagina
Afdrukformaat
S
M
L
XL
Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht
Sluit Tab
© 2017-2026 ICT Dienst – FOD Justitie
Powered by PHP 8.5.0
Server Software Apache/2.4.66
== Fluctuat nec mergitur ==
Sources officielles : consulter la page source
JUPORTAL. L avertissement officiel du portail precise qu il n existe pas de droit d auteur sur les arrets et jugements.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Belgique
ECLI:BE:ORGNT:2026:JUG.20260512.1
ECLI:BE:ORGNT:2026:JUG.20260512.1
JUPORTAL Openbare databank voor Belgische rechtspraak Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Ondernemingsrechtbank Gent Vonnis/arrest van 12 mei 2026 ECLI nr: ECLI:BE:ORGNT:2026:JUG.20260512.1 Rolnummer: O/25/00961 Rechtsgebied: Insolventierecht - Overige Invoerdatum: 2026-05-13 Raadplegingen: 126 - laatst gezien 2026-05-18 12:30 Fiche 1 Eens werd vastgesteld dat de toepassingsvoorwaarden van artikel XX.229 WER zijn voldaan, kan de rechtbank...
Belgique
ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.4
ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.4
JUPORTAL Base de données publique de la jurisprudence belge Imprimer cette page Taille d'impression S M L XL Nouvelle recherche JUPORTAL Fermer l'onglet Cour de cassation Jugement/arrêt du 06 mai 2026 No ECLI: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.4 No Rôle: P.25.1301.F Affaire: R. contra M. Chambre: 2F - deuxième chambre Domaine juridique: Droit pénal - Autres Date d'introduction: 2026-05-15 Consultations: 124 - dernière vue...
Belgique
ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.9
ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.9
JUPORTAL Base de données publique de la jurisprudence belge Imprimer cette page Taille d'impression S M L XL Nouvelle recherche JUPORTAL Fermer l'onglet Cour de cassation Jugement/arrêt du 06 mai 2026 No ECLI: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.9 No Rôle: P.26.0121.F Affaire: L. contra K. Chambre: 2F - deuxième chambre Domaine juridique: Droit pénal Date d'introduction: 2026-05-15 Consultations: 122 - dernière vue 2026-05-18 10:25...