ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.960

JUPORTAL Openbare databank voor Belgische rechtspraak Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 08 oktober 2024 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.960 Rolnummer: A. 230901/VII-40835 Zaak: Arrest 260960 - Dierenwelzijn - 08/10/2024 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-10-25 Raadplegingen: 86 - laatst gezien 2026-06-04 07:45 Fiche Arrest nr 260.960 van 8 oktober 2024 Sociale zaken...

Source officielle

10 min de lecture 2 006 mots

JUPORTAL Openbare databank voor Belgische rechtspraak

Print deze pagina
 

Afdrukformaat

S
M
L
XL

 

Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht
 

Sluit Tab

 
Raad van State

Vonnis/arrest van 08 oktober 2024

ECLI nr:

ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.960

Rolnummer:

A. 230901/VII-40835

Zaak:

Arrest 260960 – Dierenwelzijn – 08/10/2024

Rechtsgebied:

Bestuursrecht

Invoerdatum:

2024-10-25

Raadplegingen:

86 – laatst gezien 2026-06-04 07:45

Fiche

Arrest nr 260.960 van 8 oktober 2024 Sociale zaken en volksgezondheid
– Dierenwelzijn Beslissing : Vernietiging

Thesaurus CAS:

RAAD VAN STATE

UTU-thesaurus:

PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT – RAAD VAN STATE – Arresten (Raad van State)

Tekst van de beslissing

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER
nr. 260.960 van 8 oktober 2024
in de zaak A. 230.901/VII-40.835
In zake: R.B.
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jan Donkers kantoor houdend te 1050 Brussel Opperstraat 95
bij wie woonplaats wordt gekozen
tegen:
het VLAAMSE GEWEST
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Filip Vincke kantoor houdend te 8580 Avelgem Leopoldstraat 63
bij wie woonplaats wordt gekozen
————————————————————————————————–
I. Voorwerp van het beroep
1. Het beroep, ingesteld op 3 juni 2020, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing tot bestemming van 20 februari 2020, waarbij een in beslag genomen ezel van verzoeker in volle eigendom wordt toegekend aan een opvangcentrum voor ezels.
II. Verloop van de rechtspleging
2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend.
Eerste auditeur Anja Somers heeft een verslag opgesteld.
VII-40.835-1/7
Dat verslag werd aan de verwerende partij ter kennis gebracht op 14 februari 2024.
Op 30 april 2024 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de verwerende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14quinquies van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’ (hierna : algemeen procedurereglement).
De verwerende partij heeft gevraagd om te worden gehoord.
De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 27 juni 2024.
Staatsraad Francis Van Nuffel heeft verslag uitgebracht.
Advocaat Jan Donkers, die verschijnt voor verzoeker en advocaat Filip Vincke, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord.
Eerste auditeur Anja Somers heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge-
coördineerd op 12 januari 1973 (hierna : RvS-wet).
VII-40.835-2/7
III. Verzoek tot voortzetting van de procedure
3. Naar luid van artikel 30, § 3, van de RvS-wet kan de beslissing waarvan de nietigverklaring gevorderd wordt volgens een versnelde rechtspleging nietig worden verklaard indien de verwerende partij geen verzoek tot voortzetting van de procedure indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de betekening van het verslag van de auditeur waarin de nietigverklaring wordt voorgesteld.
Wanneer de verwerende partij nalaat tijdig het verzoek tot voortzetting van de procedure in te dienen, deelt de hoofdgriffier haar mee dat de kamer uitspraak zal doen over de nietigverklaring van de bestreden akte, tenzij zij binnen een termijn van vijftien dagen vraagt om te worden gehoord (artikel 14quinquies, tweede lid, van het algemeen procedurereglement). Indien een partij vraagt om te worden gehoord, worden de partijen opgeroepen, en doet de kamer onverwijld uitspraak over het beroep tot nietigverklaring.
4. In het auditoraatsverslag wordt de vernietiging van de bestreden beslissing voorgesteld. Dat verslag werd met een ter post aangetekende brief van 13 februari 2024 aan de verwerende partij betekend. De verwerende partij heeft geen verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend binnen deze termijn van dertig dagen. Na ontvangst van de brief van de hoofdgriffier van 29 april 2024
waarin gemeld werd dat de kamer uitspraak zal doen over de nietigverklaring van de bestreden akte, heeft de verwerende partij tijdig gevraagd om te worden gehoord.
5. De verwerende partij voert aan dat het auditoraatsverslag haar niet werd betekend op het kantooradres van haar advocaat. Zij wijst erop dat de advocaat op wiens kantoor woonplaats werd gekozen, op 29 september 2023 aan de griffie een wijziging van kantooradres heeft doorgegeven “met vermelding van alle nog lopende zaken”. Ook wijst zij erop dat de griffie de brief van 29 april 2024
wel naar het juiste nieuwe adres heeft gestuurd.
VII-40.835-3/7
De verwerende partij vraagt dat het auditoraatsverslag haar alsnog zou worden bezorgd, en dat haar de mogelijkheid zou worden geboden om hierop te antwoorden.
6. Uit de gegevens van het dossier blijkt dat het auditoraatsverslag aan de verwerende partij werd betekend op het adres waar volgens de memorie van antwoord woonplaatskeuze werd gedaan.
Artikel 84, § 2, vierde lid, van het algemeen procedurereglement luidt:
“Elke wijziging van woonplaatskeuze wordt uitdrukkelijk geformuleerd en voor elk beroep afzonderlijk en bij aangetekend schrijven ter kennis gebracht van de hoofdgriffier, met vermelding van het volledige rolnummer van het beroep waarop de wijziging betrekking heeft.”
De brief van de advocaat van de verwerende partij van 29 september 2023 waarmee de woonplaatskeuze wordt gewijzigd, vermeldt een reeks rolnummers van zaken die bij de Raad van State aanhangig waren, maar niet het rolnummer van de voorliggende zaak. Verder vermeldt deze brief dat er wellicht nog “oudere dossiers” zijn waarvan het rolnummer niet werd opgegeven, doch dat zulks zou worden geregeld met Bpost. Deze brief kan voor de voorliggende zaak onmogelijk worden beschouwd als een geldige wijziging van de woonplaatskeuze. Het behoorde niet aan de griffie om op zoek te gaan naar de “oudere dossiers” waarvoor de wijziging van woonplaatskeuze zou kunnen van toepassing zijn, en die wijziging zelf door te voeren.
7. Bij gebreke aan geldige mededeling van de verwerende partij dat zij haar woonplaatskeuze in deze zaak had gewijzigd, werd het auditoraatsverslag waarin de vernietiging wordt voorgesteld, correct aan de verwerende partij betekend met de aangetekende brief van 13 februari 2024 die werd verstuurd naar het oude kantooradres van haar advocaat.
VII-40.835-4/7
De omstandigheid dat vervolgens de in artikel 14quinquies, tweede lid, van het algemeen procedurereglement bedoelde brief naar het nieuwe kantooradres van de advocaat van de verwerende partij werd verstuurd, kan hieraan geen afbreuk doen.
Er bestaat bijgevolg geen reden om het auditoraatsverslag opnieuw aan de verwerende partij ter kennis te brengen en haar alsnog de gelegenheid te geven om de voortzetting van de procedure te vragen. De Raad van State kan de bestreden beslissing meteen nietig verklaren.
IV. Gegrondheid van de middelen
8. In het auditoraatsverslag wordt voorgesteld om de twee middelen tot nietigverklaring gegrond te verklaren en de bestreden beslissing te vernietigen, op grond van volgende redenen :
“Eerste middel […]
Beoordeling [10.] Overeenkomstig artikel 42 van de wet van 14 augustus 1986 kunnen de in artikel 34 bedoelde overheidspersonen levende dieren in beslag nemen. De in beslag genomen dieren krijgen een bestemming. Het beslag wordt van rechtswege opgeheven door de bestemmingsbeslissing of bij het uitblijven van dergelijke beslissing, na een termijn van twee maanden te rekenen vanaf de datum van inbeslagname.
De bestemmingsbeslissing van 12 september 2017 werd bij arrest nr.
246.897 van 30 januari 2020 vernietigd. De termijn van twee maanden te rekenen vanaf de datum van inbeslagname op 13 juli 2017 was dan ook allang verstreken. Door het vernietigingsarrest werd de beslissing tot bestemming van het dier vernietigd en aan verzoeker rechtsherstel verschaft.
Als de verwerende partij opnieuw een bestemmingsbeslissing neemt met betrekking tot hetzelfde dier dan dient zij dit binnen de grenzen van het op dat moment bestaande recht uit te oefenen.
De wet van 14 augustus 1986 voorziet niet de mogelijkheid om niettegenstaande de termijn van twee maanden vanaf de inbeslagname is verstreken, een nieuwe termijn begint te lopen om een bestemmingsbeslissing te nemen na een vernietigingsarrest van de Raad van State. De verwerende partij beschikt in geval van vernietiging niet over een nieuwe volle termijn.
VII-40.835-5/7
[11.] De retroactieve werking van het vernietigingsarrest is niet van aard terzake een ander standpunt te doen innemen. Met de retroactieve werking of werking ex tunc van het vernietigingsarrest wordt de juridische fictie bedoeld dat de vernietigde beslissing geacht moet worden volledig en dus retroactief ongedaan te zijn gemaakt en dat in het rechtsverkeer zal worden gehandeld alsof ze nooit genomen is. Brengt aldus het vernietigingsarrest de zaken weer in de toestand waarin ze zich voor het nemen van de door het arrest vernietigde beslissing bevonden, de juridische fictie reikt niet zover dat daarenboven nog zou moeten worden aangenomen dat de tijd sindsdien heeft stilgestaan.
Dienvolgens verkeert de verwerende partij na het vernietigingsarrest van 30
januari 2020 in de situatie alsof zij op 12 september 2017 geen bestemmingsbeslissing heeft genomen. Dit betekent evenwel niet dat zij zich in 2020 zou mogen gedragen alsof het nog steeds 2017 is. Een vernietigingsarrest ontdoet de rechtsorde van onwettige besluiten, maar kan niet het verloop van de tijd tegenhouden.
Het middel is gegrond.
Tweede middel […]
Beoordeling [15.] Uit de uiteenzetting van het middel blijkt dat verzoeker de verwerende partij verwijt onder meer de hoorplicht als algemeen beginsel van behoorlijk bestuur te hebben geschonden.
Een bestuur dat het voornemen heeft om een ernstige maatregel te nemen ten aanzien van een persoon omwille van zijn persoonlijk gedrag dat als een tekortkoming wordt beschouwd, en welke maatregel van aard is om de belangen van die persoon zwaar aan te tasten, is op grond van dit beginsel ertoe gehouden om die persoon voorafgaandelijk in de gelegenheid te stellen zijn standpunt hierover op nuttige wijze uiteen te zetten.
De bestemmingsbeslissing in de zin van artikel 42, § 2, van de wet van 14
augustus 1986 ‘betreffende de bescherming en het welzijn der dieren’, waarbij in beslag genomen dieren in volle eigendom worden overgedragen aan een erkend asiel, wordt in beginsel maar genomen wanneer blijkt dat de eigenaar van de dieren niet in staat ius te voldoen aan de bepalingen van deze wet, en kan de belangen van die persoon in ernstige mate aantasten.
Dergelijke beslissing kan dan ook maar genomen worden nadat de betrokkene in de gelegenheid werd gesteld om zijn standpunt hierover op nuttige wijze uiteen te zetten.
Uit de gegevens van het dossier blijkt niet dat aan verzoeker de gelegenheid werd gegeven om zijn standpunt uiteen te zetten. De bewering dat verzoeker de regelgeving kent en twee maanden de tijd had om zijn standpunt uiteen te zetten volstaat niet. De verwerende partij heeft verzoeker op geen enkele manier uitgenodigd of de mogelijkheid gegeven om zijn standpunt uiteen te zetten. De verwerende partij heeft aldus de hoorplicht als algemeen beginsel van behoorlijk bestuur miskend.[…].
VII-40.835-6/7
9. Er is geen reden om het voorstel van het auditoraat niet te volgen.
BESLISSING
1. De Raad van State vernietigt de beslissing tot bestemming van de dienst Dierenwelzijn van het Vlaamse Gewest van 20 februari 2020, waarbij een in beslag genomen ezel van verzoeker in volle eigendom wordt toegekend aan een opvangcentrum voor ezels.
2. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 20 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan verzoeker.
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op acht oktober tweeduizend vierentwintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit:
Francis Van Nuffel, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier.
De griffier De voorzitter
Bart Tettelin Francis Van Nuffel
VII-40.835-7/7

PDF document ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.960

Print deze pagina
 

Afdrukformaat

S
M
L
XL

 

Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht
 

Sluit Tab



[email protected]

©  2017-2026 ICT Dienst – FOD Justitie

Powered by PHP 8.5.0

Server Software Apache/2.4.66

== Fluctuat nec mergitur ==




JUPORTAL. L avertissement officiel du portail precise qu il n existe pas de droit d auteur sur les arrets et jugements.

A propos de cette decision

ECLI
ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.960

Décisions similaires

Belgique

ECLI:BE:ORGNT:2026:JUG.20260512.1

Fiscal NL

ECLI:BE:ORGNT:2026:JUG.20260512.1

JUPORTAL Openbare databank voor Belgische rechtspraak Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Ondernemingsrechtbank Gent Vonnis/arrest van 12 mei 2026 ECLI nr: ECLI:BE:ORGNT:2026:JUG.20260512.1 Rolnummer: O/25/00961 Rechtsgebied: Insolventierecht - Overige Invoerdatum: 2026-05-13 Raadplegingen: 126 - laatst gezien 2026-05-18 12:30 Fiche 1 Eens werd vastgesteld dat de toepassingsvoorwaarden van artikel XX.229 WER zijn voldaan, kan de rechtbank...

Belgique

ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.4

Fiscal FR

ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.4

JUPORTAL Base de données publique de la jurisprudence belge Imprimer cette page Taille d'impression S M L XL Nouvelle recherche JUPORTAL Fermer l'onglet Cour de cassation Jugement/arrêt du 06 mai 2026 No ECLI: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.4 No Rôle: P.25.1301.F Affaire: R. contra M. Chambre: 2F - deuxième chambre Domaine juridique: Droit pénal - Autres Date d'introduction: 2026-05-15 Consultations: 124 - dernière vue...

Belgique

ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.9

Fiscal FR

ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.9

JUPORTAL Base de données publique de la jurisprudence belge Imprimer cette page Taille d'impression S M L XL Nouvelle recherche JUPORTAL Fermer l'onglet Cour de cassation Jugement/arrêt du 06 mai 2026 No ECLI: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.9 No Rôle: P.26.0121.F Affaire: L. contra K. Chambre: 2F - deuxième chambre Domaine juridique: Droit pénal Date d'introduction: 2026-05-15 Consultations: 122 - dernière vue 2026-05-18 10:25...

Analyse stratégique offerte

Envoyez vos pièces. Recevez une stratégie.

Transmettez-nous les pièces de votre dossier. Maître Hassan KOHEN vous répond personnellement sous 24 heures avec une première analyse stratégique de votre situation.

  • Première analyse offerte et sans engagement
  • Réponse personnelle de l'avocat sous 24 heures
  • 100 % confidentiel, secret professionnel garanti
  • Jusqu'à 1 Go de pièces, dossiers et sous-dossiers acceptés

Cliquez ou glissez vos fichiers ici
Tous formats acceptes (PDF, Word, images, etc.)

Envoi en cours...

Vos donnees sont utilisees uniquement pour traiter votre demande. Politique de confidentialite.