ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260423.1N.1
JUPORTAL Openbare databank voor Belgische rechtspraak Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 23 april 2026 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260423.1N.1 Rolnummer: C.24.0280.N Zaak: ADVOCATENKANTOOR BRONDEL PETITAT BAEL c. N. D. Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2026-05-11 Raadplegingen: 209 - laatst gezien 2026-05-18 09:46 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR...
4 min de lecture · 879 mots
Print deze pagina
Afdrukformaat
S
M
L
XL
Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht
Sluit Tab
Hof van Cassatie
Vonnis/arrest van 23 april 2026
ECLI nr:
ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260423.1N.1
Rolnummer:
C.24.0280.N
Zaak:
ADVOCATENKANTOOR BRONDEL PETITAT BAEL c. N. D.
Kamer:
1N – eerste kamer
Rechtsgebied:
Burgerlijk recht
Invoerdatum:
2026-05-11
Raadplegingen:
209 – laatst gezien 2026-05-18 09:46
Versie(s):
Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar
Fiche
Samenvatting(en) nog niet beschikbaar
Thesaurus CAS:
ONBEKWAAMVERKLARING EN GERECHTELIJK RAADSMAN
Tekst van de beslissing
Nr. C.24.0280.N
ADVOCATENKANTOOR B., P. & B. bv,
eiseres,
vertegenwoordigd door mr. Caroline De Baets, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1150 Sint-Pieters-Woluwe, Laurierlaan 1, waar de eiseres woonplaats kiest,
tegen
1. N. D., advocaat, in haar hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen van H. V.,
2. H. V.,
verweerders.
I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF
Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 18 januari 2024.
Raadsheer Eva Van Hoorde heeft verslag uitgebracht.
Advocaat-generaal Stijn Ravyse heeft geconcludeerd.
II. CASSATIEMIDDEL
De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.
III. BESLISSING VAN HET HOF
Beoordeling
Eerste onderdeel
1. Krachtens artikel 488/1, eerste lid, Oud Burgerlijk Wetboek kan de meerderjarige die wegens zijn gezondheidstoestand geheel of gedeeltelijk, zij het tijdelijk, niet in staat is zonder bijstand of andere beschermingsmaatregel zijn belangen van vermogensrechtelijke of niet-vermogensrechtelijke aard zelf behoorlijk waar te nemen, onder bescherming worden geplaatst, indien en voor zover de bescherming van zijn belangen dit vereist.
Krachtens artikel 492 Oud Burgerlijk Wetboek kan de vrederechter ten aanzien van de persoon bedoeld in de artikelen 488/1 en 488/2 een rechterlijke beschermingsmaatregel bevelen wanneer en in de mate hij vaststelt dat dit noodzakelijk is en dat de bestaande wettelijke of buitengerechtelijke bescherming niet volstaat.
Krachtens artikel 492/1, § 2, eerste en tweede lid, Oud Burgerlijk Wetboek bepaalt de vrederechter die een rechterlijke beschermingsmaatregel met betrekking tot de goederen beveelt, met inachtneming van de persoonlijke omstandigheden, van de aard en de samenstelling van de te beheren goederen en van de gezondheidstoestand van de beschermde persoon, de handelingen of categorieën van handelingen in verband met de goederen waarvoor deze onbekwaam is en blijft de beschermde persoon bij gebreke van aanwijzingen in de bedoelde beschikking bekwaam voor alle handelingen met betrekking tot de goederen.
Krachtens artikel 492/1, § 2, derde lid, Oud Burgerlijk Wetboek zijn handelingen in verband met de goederen waarvoor een beschermde persoon onbekwaam kan worden verklaard onder meer het sluiten van overeenkomsten en het optreden in rechte als eiser of verweerder.
Uit deze bepalingen volgt dat een persoon die onbekwaam is verklaard met betrekking tot zijn goederen met inbegrip van het sluiten van overeenkomsten, niet langer zelf of zelfstandig een advocatenovereenkomst kan sluiten, ook al is hij niet onbekwaam verklaard voor handelingen in verband met de persoon en heeft de advocatenovereenkomst betrekking op de uitoefening van handelingen in verband met zijn persoon.
2. De appelrechters stellen vast dat:
– de eerste verweerster bij beschikking van de vrederechter van 20 juni 2017 werd aangewezen als bewindvoerder over de goederen van de tweede verweerder;
– de tweede verweerder uitdrukkelijk onbekwaam werd verklaard met betrekking tot het optreden in rechte als eiser en verweerder en om overeenkomsten te sluiten van welke aard ook van meer dan 500 euro, tenzij met vertegenwoordiging door de bewindvoerder.
3. De appelrechters die oordelen dat de tweede verweerder zelf geen advocatenovereenkomst aan een ereloontarief van 140 euro per uur, naast de kosten, kon sluiten met het oog op het neerleggen van een klacht met burgerlijke partijstelling wegens vervalsing van een handtekening, verantwoorden hun beslissing naar recht.
Het onderdeel kan niet worden aangenomen.
4. De eiseres verzoekt het Hof een prejudiciële vraag te stellen aan het Grondwettelijk Hof op grond van de ongelijke behandeling tussen de meerderjarige die onbekwaam verklaard werd met betrekking tot zijn goederen maar niet met betrekking tot zijn persoon, en elke andere meerderjarige die niet onbekwaam verklaard werd met betrekking tot zijn persoon.
De door de eiseres voorgestelde prejudiciële vraag betreft geen vergelijkbare categorieën van personen en wordt bijgevolg niet gesteld.
(…)
Dictum
Het Hof,
Verwerpt het cassatieberoep.
Veroordeelt de eiseres tot de kosten.
Bepaalt de kosten voor de eiseres op 697,18 en op de som van 650 euro rolrecht verschuldigd aan de Belgische Staat.
Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Geert Jocqué, als voorzitter, sectievoorzitter Bart Wylleman, en de raadsheren Ilse Couwenberg, Michael Traest en Eva Van Hoorde, en in openbare rechtszitting van 23 april 2026 uitgesproken door sectievoorzitter Geert Jocqué, in aanwezigheid van advocaat-generaal Frederic Vroman, met bijstand van griffier Elien Van Isterdael.
PDF document ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260423.1N.1
Print deze pagina
Afdrukformaat
S
M
L
XL
Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht
Sluit Tab
© 2017-2026 ICT Dienst – FOD Justitie
Powered by PHP 8.5.0
Server Software Apache/2.4.66
== Fluctuat nec mergitur ==
Sources officielles : consulter la page source
JUPORTAL. L avertissement officiel du portail precise qu il n existe pas de droit d auteur sur les arrets et jugements.
Articles similaires
A propos de cette decision
Décisions similaires
Belgique
ECLI:BE:ORGNT:2026:JUG.20260512.1
ECLI:BE:ORGNT:2026:JUG.20260512.1
JUPORTAL Openbare databank voor Belgische rechtspraak Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Ondernemingsrechtbank Gent Vonnis/arrest van 12 mei 2026 ECLI nr: ECLI:BE:ORGNT:2026:JUG.20260512.1 Rolnummer: O/25/00961 Rechtsgebied: Insolventierecht - Overige Invoerdatum: 2026-05-13 Raadplegingen: 126 - laatst gezien 2026-05-18 12:30 Fiche 1 Eens werd vastgesteld dat de toepassingsvoorwaarden van artikel XX.229 WER zijn voldaan, kan de rechtbank...
Belgique
ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.4
ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.4
JUPORTAL Base de données publique de la jurisprudence belge Imprimer cette page Taille d'impression S M L XL Nouvelle recherche JUPORTAL Fermer l'onglet Cour de cassation Jugement/arrêt du 06 mai 2026 No ECLI: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.4 No Rôle: P.25.1301.F Affaire: R. contra M. Chambre: 2F - deuxième chambre Domaine juridique: Droit pénal - Autres Date d'introduction: 2026-05-15 Consultations: 124 - dernière vue...
Belgique
ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.9
ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.9
JUPORTAL Base de données publique de la jurisprudence belge Imprimer cette page Taille d'impression S M L XL Nouvelle recherche JUPORTAL Fermer l'onglet Cour de cassation Jugement/arrêt du 06 mai 2026 No ECLI: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260506.2F.9 No Rôle: P.26.0121.F Affaire: L. contra K. Chambre: 2F - deuxième chambre Domaine juridique: Droit pénal Date d'introduction: 2026-05-15 Consultations: 122 - dernière vue 2026-05-18 10:25...